Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vierhonderd man nu weer bereikt was, zou de stedelijke regeering — na betaling der twee vendels — aan de Staten moeten toestaan met de rest der gemeene middelen naar hun believen te handelen. Hiertoe was de Amstêrdamsche regeering niet genegen: zij besloot Rodenburgh, die volgens de Satisfactie binnen de stad verblijf moest houden en slechts ter ordonnantie van Zijne Excellentie naar Harlingen vertrokken was, voorloopig tot op eene nadere beslissing nog uit de generale middelen te blijven betalen. Dat de Staten geen gewag gemaakt hadden van de compagnie van hopman Cater, „die nochtans acte (had) omme vuyt tcantoir alhier betaelt te worden," schijnt op eene vergissing berust te hebben *).

Amsterdam had ook tevoren getracht er de hand aan te houden, dat de bepaling der Satisfactie, dat de vendels betaald zouden worden uit de gemeene middelen binnen de stad, gehandhaafd zou worden. Toen de Staten in 1579 eene repartitie ontworpen hadden, waarbij de ontvanger binnen Amsterdam belast was met eene soldijbetaling greoter dan de opbrengst der gemeene middelen, en waarbij bovendien de sergeant en provoost van Amsterdam — in strijd met art. 4 der Satisfactie — geassigneerd waren op den ontvanger binnen Haarlem, weigerde de Vroedschap deze repartitie goed te keuren, vóórdat de gemeene middelen in Amsterdam „gevryt" zouden zijn, daar de overbelasting „grotelijck die betaelinghe van tgarnisoen deser stede soude mogen prejudiceren tegens die voorsz Satisfactie ende solempnele acte vanden Heren Staten in date den 8en July lestleden" 2).

4 Res. St v. Holl. 1581, bl. 513 en 514:29 Sept. nam. — Res. Vr. No. 4. fol. 179 en v<>:4 Oct. — Res. St v. Holl. 1581, bl. 518:6 Oct —Dat er een nauwe betrekking ontstaan was tusschen het vendel van Cater en Amsterdam blijkt ook hier.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 85 en v°: 29 Oct 1579. — Welke acte hier bedoeld wordt is mij niet bekend. Onder de resoluties dato 8 Juli 1579 komt niets van dezen aard voor.

Sluiten