Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat werd er omtrent het Staatsche garnizoen in Amsterdam besproken en besloten in de verschillende stadia van de onderhandelingen tot afstand van de Satisfactie? In het eerste hoofdstuk hebben wij gezien, dat Nicolai 31 Mei 1579 — hoewel de onderhandelingen eigenlijk alleen aangevangen waren over de questie der oude schulden — toch ook een bemiddelingsvoorstel gedaan had over art. 4. Zijn voorstel week echter al te ver af van het bepaalde in de Satisfactie, dan dat, het genade gevonden zal hebben in de oogen der Amstêrdamsche regeering. Het aantal soldaten werd verminderd tot driehonderd, te verdeelen in twee vendels. Van het geven van advies bij bevelhebbersbenoemingen zou voor de Burgemeesters geen sprake meer zijn. Wel zouden de kapiteins en onderbevelhebbers nog — evenals de soldaten — burgers der stad moeten zijn, maar van de nadere bepaling, dat slechts degenen benoemd zouden kunnen worden, welke tot den tijd van de publicatie der Pacificatie van Gent binnen Amsterdam gewoond hadden, werd niet meer gerept1). Eene nieuwe en voor de betrokkenen veel minder gunstige soldijregeling werd in uitzicht gesteld; de voor eene geregelde uitbetaling uiterst gewichtige bepaling der Satisfactie, dat de vendels „alle Maents betaelt (zouden) worden uyt 't gunt binnen der voorschreven Stede ten behoeve van 't Landt van Hollandt sal worden gecollecteert," etc. zou vervallen 2).

In Februari 1580 leverden de afgevaardigden der Staten en die van Amsterdam aan den Prins acten van autorisatie over, waarin slechts melding gemaakt werd van art. 15. Om „alle misverstant geheel te neder te leggen" gaf de Prins toch ook zijne meening te kennen over art. 4. Deze eerste uitspraak —i gegeven onder den indruk van Oldenbarnevelt's vertoogen 3) — wijkt nog veel verder af van het bepaalde in de Satisfactie dan Nicolai's voorstel. Twee maanden zouden de

*) 14 Mei 1579 had de Amstêrdamsche regeering reeds zelf moeten besluiten deze bepaling op zij te schuiven. Hiervoor, bl. 126. -) Hiervoor, bl. 24. 3) Hiervoor, bl. 32 en 33.

Sluiten