Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle Maenden betaelt sullen worden uytte middelen ende contributien binnen der voorsz. Stadt ende hare Vryheyt vallende, soverre deselve strecken moghen; indien niet, uyt andere des ghemeene Lant penningen: mits dat, so verre de Soldaten inden Lande van Hollandt in Garnisoen legghende met Laken betaelt worden, de Garnisoenen binnen der voorsz. Stede mede eens in 't Jaer een Maent betalinge aen Lakens sullen ontfangen, sonder meer."

Terwijl het ontworpen Contract tot afstand van de Satisfactie nog niet goedgekeurd was, zonden de Staten reeds afgevaardigden naar Amsterdam — nml. Cornelis Boelens en Francois Maelson — om de stedelijke magistraten over te halen, „dat de Knechten een maendt aen Laeckenen, ende een halve maendt aen geldt betaelt mogen worden." Als deze de toestemming der Amstêrdamsche regeering zouden hebben verkregen, zouden ze ook bij het Noorderkwartier hun geluk moeten gaan beproeven. Het overblijvende geld zou gebruikt moeten worden „tot furnissement van de 27.000 [L: 67.000] ponden, die naar Vrieslandt geschickt moeten worden" op last van den Landraad beoosten Maze, daar dat college voornemens was bij met-betaling de goederen van Holland te Antwerpen te laten arresteeren 1).

Art. 4 van het Contract: „Des sullen de selve Vendelen vermeerdert, onder meer Vendelen verdeelt, ofte vermindert mogen worden, den noot, ofte andere ghelegentheyden (den noot cesserende) sulcx vereyschende; 't welck alleen staen sal tot beheven ende discretie van sijn Excell.", werd nader toegelicht in art. 5, luidende: „Wel verstaende, dat, by soo verre sijn Excellentie (den noodt sulcx vereysschende) 't voorsz. Garnisoen quame te vermeerderen, als dan 't selve Garnisoen van 't servysgelt sal worden betaelt, in conformite van andere Steden van Hollandt." Terwijl de Staten hier slechts de betaling van het serviesgeld voor de vreemde soldaten op zich

!) Res. St. v. Holl. 1581, bl 622 : 7 Dec. — Resolutien van den Landraad beoosten Maze, foL -254 v», 255 v<> en 256: 28 Nov. 1581; ook ïoL 233 v<>: 16 Nov. 1581.

Sluiten