Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Raad van State, Zijne Exc. van Nassau en de Staten van Holland zouden het recht hebben de soldaten te laten monsteren ; voor de ontbrekenden zou aftrek van de vastgestelde som mogen geschieden1). De Burgemeesters zouden boven het garnizoen van vierhonderd man nog meer soldaten mogen aannemen, doch op hun eigen kosten. Volgens de Satisfactie en het Contract tot afstand van de Satisfactie zou de stedelijke regeering slechts op bevel van Zijne Exc. van Nassau in tijd van grooten nood vreemde troepen in de stad moeten toelaten2). Na afloop van dat contractsjaar zouden de Staten en de Burgemeesters in deze materie slechts weer gebonden zijn door de Satisfactie en het Contract tot afstand van de Satisfactie, welke overeenkomsten ook gedurende dat jaar in alle andere punten van kracht zouden blijven 3).

De paalkist

. Sedert de veertiende eeuw had de Amstêrdamsche regeering gezorgd voor het leggen van tonnen in en voor de zeegaten en voor het zetten van „kapen" (d.i. vuur te ekens) op de duinen, ten behoeve van de scheepvaart door de Noordzeegaten en op de Zuiderzee. Tot dekking der onkosten had zij van schepen en ladingen, die uit zee kwamen, eene geringe belasting, die „paelgelt" of „paelkistgelt" 4) genoemd werd, door

noot 2. — De betaling uit de gemeene middelen, bedongen bij de Satisfactie en het Contract tot afstand van de Satisfactie, werd ook hier verkregen.

J) Monsteringen hadden ook vroeger plaats gehad; de betaling was daarna geschied in overeenstemming met het aantal aanwezige soldaten. Cf . een schrijven van den commissaris van de monstering, Dirck Duivel, dato 12 Augustus 1578 over eene monstering van en eene afrekening met het vendel van hopman Simon Hendricksz. Verwer Jonckheyn. Nieuw Muniment-Vroedschap, — 1650.

2) Volgens art. 5 van beide overeenkomsten.

3) Res. St. v. Holl. 1588, bl. 87: 14 Maart nam. — Res. Vr. No. 5, fol. 581 — 584: 19 Maart 1588.

4) Ter Gouw III, bl. 261: „Deze afdeeling van 't stedelijk beheer werd thans met één woord „de paelkiste" genoemd, — het regt, daarvoor geheven van schepen en ladingen: „paelgelt" of „paelkistgelt", — de ontvanger: „de paelmeester."

Sluiten