Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij tijdens de onderhandelingen over de Satisfactie haar oude privilege te herwinnen. Daar de Prins hardnekkig weigerde de paalkist aan Enkhuizen te ontnemen1), moest zij zich ermee tevreden stellen, dat bij art. 13 der Satisfactie de „questie van de Paelkiste" aan de beslissing van den rechter overgelaten zou worden2).

Na de Alteratie trachtte de nieuwe Amstêrdamsche regeering de paalkist langs vriendschappelijken weg van Enkhuizen terug te krijgen. Haar pogingen bleven vruchteloos3). De onwilligheid van Enkhuizen kat zich gemakkelijk verklaren: 6 Februari 1578 — twee dagen voor het sluiten der Satisfactie — hadden de Staten van Holland, daar eene rechterlijke uitspraak nog lang zou kunnen uitblijven en het belang der zeevaart eischte, dat er op het gebruik van het recht der paalkist orde gesteld werd — Enkhuizen nog eens in het bezit van de paalkist bevestigd. Ze hadden het zelfs gemachtigd, voor het geval de regeering van Amsterdam geen ontvanger van het paalgeld ten behoeve van Enkhuizen zou toelaten, aan de schepen naar Amsterdam bestemd dat geld in de Zuiderzee of op het Y te doen afnemen, desnoods met hulp van oorlogschepen4).

In Januari 1579 besloot de Amstêrdamsche Vroedschap den gerechtelijken weg in te slaan. Indien de stadsadvocaten het aanrieden, wilde ze zelfs aan Enkhuizen verbieden het paalgeld binnen Amsterdam te ontvangen5).

4 Ter Gouw VU, bl. 190. — Wegens deze weigering van den Prins zal het de Vroedschap r— bij de bespreking van art. 4 van de Unie van Holland en Zeeland in Januari 1579 — ongewenscht geschenen hebben, dat de questie van de paalkist, als alle andere questies ontstaan na de troebelen, „staen (zou) tot kennisse van Zijn Excellencie." Hiervoor, bl. 16.

2) Ter Gouw VU, bl. 284. — Art. 13 der Satisfactie luidde: „Ende aengaende de questie vande Paelkiste, so sullen die voorschreven van Amsterdam ende die van Enckhuysen elck op heur goet recht blijven, sonder daer inne aen d'een ofte d'andere zyde vercort te zyn by desen, volghende de Pacificatie." Handvesten I, fol. 45.

8) Res. Vr. No. 4, foL 33:21 Nov. 1578; fol. 37 v<>; 7 Jan. 1579.

4) Ter Gouw VU, bl. 284.

8) Res. Vr. No. 4, fol. 37 v°: 7 Jan. 1579. — De stadsadvocaten schijnen C |0

Sluiten