Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar er reeds van het begin van de oorlogvoering tegen Don Jan eene financieele overeenkomst tusschen Holland en Zeeland ter eene en de Staten-Generaal ter andere zijde bestond *), verontschuldigden de laatsten hun verzoek door te wijzen op de groote vermeerdering der lasten. Hadden die vroeger f400.000 per maand bedragen, sedert waren ze eerst tot f600.000 en nu zelfs tot 8 a 9 honderdduizend gulden per maand gestegen2). De Staten-Generaal zouden daarenboven gaarne zien, dat Holland en Zeeland de heffing van convooien van goederen, die naar de andere geünieerde provincies gevoerd werden, de zgn. binnenlandsche convooien, zouden staken als indruischend tegen de Pacificatie3).

Reeds in Januari en Februari 1578 vérschenen gedeputeerden der Staten-Generaal in de Staten-vergadering. Aan hen werd te kennen gegeven, dat Holland en Zeeland van plan waren „de mettre ungne nouvelle liste de marchandize, anéantissant le convoygelt" en dat beide gewesten ook niet ongeneigd waren zich wat die lijst betrof „te conformeren mit alsulcken voet ende lijste als op de convoijen bijden Generalen Staten mit advyse van die van Hollant ende Zeelant gemaect (zou) mogen worden ten meeste dienste vanden zeiven lande", doch dat zij niet bereid waren „eenige incompsten vanden convoyen binnen dese landen bijde andere provinciën tot behouff vande gemeene landen te laeten lichten"4).

J) Cf. de instructie, bl. 322; vooral ook Bor, boek XII, fol. 23 b. Volgens die overeenkomst bekostigden Holland en Zeeland de garnizoenen in de Hollandsche en Zeeuwsche steden, alle benoodigde oorlogsschepen en in de andere provincies nog 25 vendels en honderd ruiters.

2) Cf. de instructie, bl. 322.

*) Cf. de instructie, bl. 323 :.... zullen de voirsz. gecommitteerde insisteren, ten fyne de voirsz. van Hollandt ende Zeelandt weeren 't voirsz. convoygelt, als nyet betamende noch lydelyck wesende, dat geünieerde provinciën d' een den anderen eenige lasten opstellen souden contrarie de pacificatie van Gendt; nemaer es schuldich de passaige libre te wesene, soo t' es in alle d' andere geünieerde provinciën, die gelycke lasten daerop stellende, o ntwij f f elij ck ten eynde de coopmanschap van desen landen zoude gediverteert wordden.

4) Res. St. Gen. II, bl. 268, No. 640; bl. 278, No. 659. — Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap, deel XIV, 1893, bl. 1, vl.: De

Sluiten