Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst te hebben uitgenoodigd. Wel gaven zij schriftelijk de hoop te kennen, dat Amsterdam, evenals zij zelf, tegen de resolutie der Staten zou blijven opponeeren1). Reeds 10 Juli 1578 gaven Gecommitteerde Raden echter hunne oppositie op2). De Amstêrdamsche Vroedschap zwichtte eerst onder den indruk van het ernstige vertoog, dat de Prins door zijn secretaris Bruyninck in de Staten het houden; hij achtte het — „tenzy den convoyen tot behouff vande gemeene zaecke der generale geünieerde provinciën, voorden tyt van twee maenden gelicht werden" — niet mogelijk het talrijke krijgsvolk in Brabant behoorlijk te onderhouden; hij vreesde bij weigering daarenboven groote verwarring, daar eenige koopheden aan de Generaliteit „op de ontfanck van de voorsz convoyen" reeds f200.000 voorgeschoten hadden voor de betaling der ruiterij. Amsterdam gaf 15 Juli toe, doch onder beding, dat de Staten het eene acte zouden verleenen, „dat die twe maenten geexpireert zynde, deser stede van dichten vande voorsz convoyen gevryt zall wesen ende dat oick den Staten van Hollant mede gelevert zall worden vanden Generalen Staten acte van dat zy den twe maenden geexpireert zynde daeromme geen vorder versouck zullen doen" 3). De verlangde acten werden niet verkregen; wel beloofden de Staten den 22en slechts dan in eene verlenging van de convooiheffing ten bate van de Generaliteit te zullen toestemmen, als uit de opbrengst in de eerste plaats de oorlogsschepen, benoodigd ter beveiliging van de zee, betaald zouden mogen worden4). Met deze belofte schijnt de Amstêrdamsche regeering genoegen genomen te hebben.

1) Res. Vr. No. 4, fol. 6 v»: 23 Juni 1578.

2) Res. der Gecomm. Raden: 10 Juli 1578.

S) Res. Vr. No. 4, fol. 8 en v<>: 14 Juli 1578j fol. 10 en v»; 15 Juli.

4) Missiven aan Burgemeesters en Regeerders van Amsterdam. Missiven van de Staten van Holland. 1572—1680. Arch. Burg. 11. Op den rug van het stuk staat: „Copie vande missive vanden Staten vanten XXIIen July 1580 (1: 1578) nopende de inductie vanden Staten aen die van Amsterdam gedaen omme den opheve vanden convoyen te admitteren voor twe maenden." Het stuk is echter eene resolutie, geen missive.

Sluiten