Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31 Juli stelden de Staten van Holland en Zeeland de lijst vast, „daerop van alle goederen ende coopmanschappen commende binnen den lande van Hollant ende Zeelant ende daer vuyt gaende trecht vandien inde plaetse vanden convoyen by provisie sal ontfangen ende geheven worden tot subsidie vande Staten Generael" 1).

Ook na afloop der twee maanden zijn de convooien aan de Generaliteit afgestaan, eerst tot 1 Januari 1579, daarna gedurende verschillende andere perioden2). Getrouw aan hunne belofte aan Amsterdam, hadden de Staten reeds bij de eerste verlenging bedongen, dat uit de opbrengst in de eerste plaats de onkosten van de oorlogsschepen zouden mogen worden betaald en dat zelfs met terugwerkende kracht over

J) Gemeente-archief van Amsterdam: Een bundel stukken over de convooien, etc. L.C 7, N. 1. — Een andere copie in Land-zaaken A. 1578. 1579, fol. 183, vl. (Oud-Archief der gemeente Arnhem). — Een derde in: R. A. Zeeland, Staten-archief 821, fol 197. (Res. St. Gen. II, bl. 338, noot 1) — Stoorde Amsterdam zich niet in allen deele aan deze lijst of zouden haar overtredingen op eene vorige lijst betrekking hebben? In de Rotterdamsche Vroedschapsresoluties, dato 7 Sept 1578, lezen we, bij de bespreking van een rapport der gedeputeerden ter Statenvergadering: „Dat die stede van Amsterdam sal opbrengen ende betalen alsulcke penningen van het convoijgelt der goederen als sij sonder convoij te ontfangen hebben laten passeeren contrarie de lijste op den ontfangh vandien gemaeckt, ofte bij gebreeke vandien, dat de andere steden het convoijgelt ontfangen hebbende vande goederen die de voorsz. van Amsterdam vrij hebben laten passeeren ebt int haere tot hare proffijte sullen behouden ten respecte vant' verlies van hare neeringe, dïe sij daar door geleden hebben." Resolutiën van de Vroedschap, No. 3, bl. 4%. Amsterdam werd dus beschuldigd van sommige goederen, in de lijst voorkomend, geen convooi geheven te hebben, om zoo haar handel te bevorderen.

2) Over de eerste verlenging: Res. St Gen. II, bL 355: 13 Aug.; bl. 361:28 Aug. nam.. No. 805 en noot 3; bl. 364: No. 809; bl. 371: No. 815; bl. 375: No. 819, 820 en 820a. — Res. St v. Holl. 1578, bl. 1: 21 Aug.; bl. 2:22 Aug. nam.; bl. 3: 23 Aug.; bl. 24 en 25 : 26 Sept. nam.

Voor verdere verlengingen: o.a. Res. St v. Holl. 1579, bl. 6: 19 Jan.:drie maanden vanaf 1 Jan. 1.1.; bl. 22: 18 Febr. nam.: zes maanden vanaf 1 Jan. LI. — Res. St Gen. II, bl. 692: 15 Maart ;bL 699:15 Mei. — Res. Stv. Holl. 1579, bl. 122: 2 Juni nam.: zes maanden vanaf 1'Jan. LL — Res. St v.Holl. 1579, bl. 136: 21 Juni: 1 jaar na 1 Juli 1579; bl. 145: 29 Juni nam,; dito. Etc. Etc.

Sluiten