Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de beveiliging der zee, heeft zij zich tegen de vele assignaties en rechtstreeksche betalingen slechts zelden verzet *). Toen de Staten van Holland evenwel uit het Amstêrdamsche convooikantoor oude schulden wilden gaan betalen, verbood de stedehjke regeering aan den convooimeester het bevel te gehoorzamen. Zij kon haar verzet evenwel niet volhouden; na eene nieuwe aanmaning aan den convooimeester van de zijde der Staten, die erop wezen, dat de Amstêrdamsche magistraten het recht misten „des gemene landts penningen in te houden", werd het verlangde bedrag uitbetaald, doch voor een deel in „gelapt of gesoudeert" geld2).

Zooals we hiervoor gezien hebben3), hadden Holland en Zeeland nog geruimen tijd na de Pacificatie van Gent convooien geheven van goederen, die uit hunne gewesten naar de Geünieerde Provinciën gevoerd werden. Pas met ingang van 1 Juli 1578 hadden zij de heffing dier binnenlandsche convooien, die hun, daar ze een grooten uitvoer hadden, veel geld opbracht4), op verzoek der Staten-Generaal gestaakt. Voorloopig werd over her-invoering niet gedacht, al zal Holland de flinke opbrengst wel zeer gemist hebben. De heffing was niet algemeen populair; de stad Amsterdam bijv. — wier hoofdnering volgens haar eigen verklaring bestond in handel op de geünieerde landen en steden5) — oordeelde, dat „die

3) In April 1580 zonden de Staten Jop Pietersz. naar Amsterdam met bevel om uit de convooien f4000 te lichten tot betaling van het scheepsvolk op de Maas. De Vroedschap besloot het verzoek van Pietersz. te weigeren, „in aensyen van tgroot ongelyck dat den coopluyden van deser steden daegelixs int verschepen vanden harynck, als anderen waeren op de Maese int ontfanghen vanden convoyen aldaer aengedaen wordt". Res. Vr. No. 4, fol. 111 v° en 112: 17 April 1580.

2) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 23:3 Febr. nam.; bl. 35:14 Maart; bl. 55:7 April. Er moesten f12.500 betaald worden aan den Paltsgraaf bij Rijn. — „Gelapt of gesoudeert" geld, dj. gerepareerd en gesoldeerd geld, hetgeen als minderwaardig gold.

3) Hiervoor, bl. 151.

4) Res. St. v. Holl. 1583, bl. 522 en 523:27 Dec, &) Res. St. v. Holl. 1582, bl. 400 en 401:22 Aug.

Sluiten