Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Holland keurden 4 Juli 1580 goed, dat van alle goederen, die van de eene provincie in de andere gevoerd zouden worden, voor impost betaald zou worden een zesde van de buitenlandsche convooien, mits de kas van ammunitie binnen Holland gehouden zou worden uit de daar opgebrachte convooigelden1). Amsterdam was het niet met de Staten eens; het voelde meer voor het oude voorstel der Staten-Generaal: de heffing van de twee stuivers op elke ton bier2). Aan dien tegenzin hebben de Staten zich niet gestoord. In hunne vergadering in Hoorn besloten ze 25 Juli3) — hoewel het punt niet op de beschrijving voorgekomen was4) — het convooirecht dadelijk te gaan heffen van alle goederen, die uit Holland naar de andere geünieerde provincies gevoerd zouden worden 6), zonder te wachten op het resultaat der besprekingen in de StatenGeneraal. De Staten verdedigden hun. plan, van hetwelk zij vreesden, dat het bij de andere provincies niet in goede aarde zou vallen6), door er op te wijzen, dat „uyt de inkomsten vande Convoyen binnen den Lande van Hollandt de lasten vande Equipage vande Schepen, die dagelijcx vermeerderen, niet vervallen noch gedragen mogen worden, doordien de Goederen uyt de voorsz Landen sonder eenigh Convoy te betalen met groote menichte gevoert worden op de Geünieerde

1) Res. St. y. Holl. 1580, bl. 130: 4 Juli nam.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 122 v°: 19 Juli. — Over die antipathie tegen binnenlandsche convooien, hiervoor, bl. 156.

8) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 153 : 25 Juli nam. Res. Vr. No. 4, fol. 123 v": 26 Juli.

5) De Staten van Holland wachtten dus niet, totdat de binnenlandsche convooien bij besluit der Staten-Generaal werden ingevoerd. Ze hadden dan misschien „ad calendas graecas" kunnen wachten.

. 6) Hun plan moest oppositie verwekken: door eene heffing door Holland alleen werden alle provincies benadeeld, Holland alleen bevoordeeld/Bij eene algemeene heffing zouden de nadeelen door de voordeelen in meerdere of mindere mate gecompenseerd zijn. Wie de meeste goederen kon leveren, zou wel het meest profiteeren, doch geheel ontbloot van uitvoerartikelen was wel geen enkele provincie. Daarenboven zou bij eene algemeene heffing de opbrengst waarschijnlijk in de kas der Generaliteit gestort worden.

Sluiten