Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heur bewillinghe geschapen zall zyn daer deur te commen een scheuringe ende desunie vande naerder Provinciën" 1).

De Staten waren het met deze opvatting niet eens, daar immers de opbrengst • der binnenlandsche convooien „tot gemene defensie, ende niet in 't particulier verstreckt" zou worden 2). Ze namen maatregelen om de uitvoering van hunne* resolutie te verzekeren; om fraude te voorkomen zouden alle schepen en goederen op weg naar de Geünieerde Provinciën op de laatste plaats in Holland door de „cherchers" of kommiezen bezocht worden om te onderzoeken, of het convooirecht wel behoorlijk betaald zou zijn; van goederen, die in zoo'n groote hoeveelheid van de eene Hollandsche stad in de andere zouden worden vervoerd, dat er vermoeden van uitvoer buiten het gewest kon rijzen, zou het binnenlandsch convooirecht „genamptiseert" worden; restitutie zou geschieden, indien binnen drie weken 'zou blijken, dat de goederen werkelijk binnen Holland gebleven waren. Onwillige steden werden gedreigd met "arrest op hun schepen, burgers en goederen3).

De Amstêrdamsche regeering het zich niet intimideeren; zij volhardde bij haar weigering tot publicatie, zélfs toen twee afg evaardigden der Staten binnen de muren der stad waren aangekomen. Zij vond een krachtigen steun bij de bevelhebbers der schutterijen en wijken, die, om advies gevraagd, verklaarden „getroost te zyn tgunt deser stede deurt refuseren in manyeren als vooren vande voorsz. publicatie, ende ontfanck der voorsz. convoyen op (zou) mogen commen" 4). Tevergeefs trachtte eene Amstêrdamsche commissie de Staten te bewegen op hun besluit terug te komen j al ontkenden zij niet,

d'andere, ende sonder gemeen consent geen Imposten, Convoygelden, noch andere dierg'elijcke lasten mogen opstellen, noch eenige van dese Bondtgenooten hooger mogen beswaren, dan hun eygen Ingesetenen. Groot-Placaetboeck I, k. 14.

!) Res. Vr. No. 4, fol. 123 en V>: 26 Juli 1380.

2) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 157: 28 JuM.

*) Res. St. v. HoIL 1580, bl. 157 en 158: 2flt Juli nam.; bl. 157: 28 Juli. *) Deze verklaring werd 31 Augustus 1580 nogmaals afgelegd: Res. Vr. No. 4. fol, 130 vO.

C. f|

Sluiten