Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oppositie in het gewest zelf beperkte zich in hoof dzaak tot Amsterdam1). Wel bleven ook Dordrecht en Gouda talmen met de inning van het verschuldigde convooi, tot groote ergernis van het Noorderkwartier, maar scherpe maatregelen behoefden alleen tegen Amsterdam genomen te worden2). Tegenover die stad hadden de Staten weinig geduld, omdat zij volgens hunne opvatting verplicht was zich „achtervolgende haer satisfactie in alle" Contributies (met hen) te conformeren" 3).

14 September vaardigden de Staten eene ordonnantie uit voor admiraal Warmont en sedert werden alle schepen, die Amsterdam verheten, door Staatsche oorlogsschepen opgewacht en tot convooibetaling gedwongen4). De IJsel en het Zwarte Water werden bewaakt door twee uitleggers en twee jachten, door de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier uitgerust: zij hielden scherp toezicht, dat geen goederen „opgevoert" werden, van welke niet bij paspoort bleek, dat het convooirecht betaald was5). De Burgemeesters be-

185: 2 Sept.; bL 185 en 186: 2 Sept. nam.; bl. 186: 3 Sept.; bl. 189: 7 Sept en bl. 190:8 Sept: eene bezending naar Amsterdam; bl. 197: 13 Sept.: haar rapport; bL 205—208: 16 Sept: antwoord voor Bruyninck; bl. 208—210: 16 Sept: antwoord voor Voocht en Valcke; bl. 199—202: 14 Sept: dito voor die van de Nader Unie.

!) Res. Vr. No. 4, fol. 130 en v»; 31 Aug. 1580; fol. 131: 3 Sept: fol. 133: 3 Sept.

2) Misschien hing het talmen van Dordrecht samen met Res. St. v. Holl. 1580, bl. 192: 9 Sept. — Gouda had zich met de resolutie der Staten in zake de binnenlandsche convooien nooit kunnen vereenigen, maar de Staten hadden zijn bezwaren ter zijde geschoven: Res. St. v. Holl. 1580, bl. 184: 1 Sept nam.; bl. 185: 2 Sept; bl. 189: 7 Sept. — Rijksarchief Haarlem: Resolutiën der Gecommitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier, No. 520: een brief aan de Staten, dato 23 Sept. 1580: ze drongen er bij de Staten op aan, dat deze de Zuid-Hollandsche steden tot gehoorzaamheid zouden brengen, daar ze anders de heffing ook in hun kwartier niet langer zouden kunnen staande houden.

s) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 197: 13 Sept.

4) Res. Vr. No. 4, fol. 134 en v«: 28 Sept. 1580.

6) Res. der Gecomm. Raden, No. 520: een brief van de Staten, dato 23 Sept. 1580.

Sluiten