Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amstêrdamsche regeering moeten bevelen haar verbod aan de ontvangers in te trékken: zonder die intrekking en zonder toestemming in de binnenlandsche convooien zou van het houden van eene Staten-vergadering in de stad geen sprake kunnen zijn ]).

Aan toegeven dacht de Amstêrdamsche regeering nog allerminst. Zij had juist eene missive van Zeeland ontvangen, waarin haar verzocht werd een definitief besluit in de convooi-questie in de vergadering van het CoÜege der Nadere Unie tegen te houden tot op de aankomst van afgevaardigden van Zijne Excellentie, Brabant, Vlaanderen en Zeeland, die compareeren zouden op de in Amsterdam belegde Statenvergadering. Daarenboven had ze klachten van Deventer, Kampen en Zwolle ontvangen over de convooiheffing en over de oorlogsschepen, in het Kamperdiep en omgeving gestationneerd. Bekend was haar ook de ontevredenheid vandeAntwerpsche koopheden, van wier klachten de Prins zich bij de Staten de tolk gemaakt had2).

De Burgemeesters, vergezeld van een competent getal vroedschapsleden, begaven zich 10 October 1580 naar het College der Nadere Unie én brachten daar de klachten hunner koopheden en het verzoek van Zeeland over. Den volgenden dag leverden zij zelfs op verzoek van het College eene schriftelijke uiteenzetting van „heur doleantien ende versoucken" „niette geallegeerde middelen" schriftelijk over 3), doch vruchteloos: reeds den 12en besloot het College wegens den hoogen nood de nieuwe convooien „in train" te brengen en vast te stellen tot 14 Februari, wanneer de eerste vergadering der provinciën zou worden gehouden; men wilde het zoo inrichten, dat alle provincies gelijkelijk bijdroegen4).

In zijne Geschiedenis der Regeering in de Nader Geünieerde

1] Res. St v. Holl. 1580, bl. 215: 6 Oct. nam.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 137 en v«: 10 Oct 1580. — Over den brief van den Prins: Res. St. v. Holl. 1580, bl. 217: 6 Oct voorm. *) Res. Vr. No. 4, fol. 137 en v°: 10 Oct. 1580; fol. 138:11 Oct. 4) Ontleend aan Muller : Geschiedenis der Regeering, etc, bl. 136.

Sluiten