Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Staten-Generaal, van Zeeland en vooral van Amsterdam hunne uitwerking niet gemist hadden en die bevreesd geworden waren voor het ontstaan van „eenige distinctie of andere periculen en inconvenienten onder de Provinciën ende tot Amsterdam", voor zoover de heffing der binnenlandsche convooien zonder toestemming van de andere provincies zou worden voortgezet, keurden de resolutie van het College der Nadere Unie goed. Ze hoopten, dat binnen den tijd van eene maand ook de overige provincies in de heffing der binnenlandsche convooien bewilligen zouden. Met de weigering van de Amstêrdamsche regeering, die — hoewel beschreven — niet ter Staten-vergadering vertegenwoordigd was, werd geen rekening gehouden, daar zij „eerst inde opschrijvinge van de selve Goederen ende het stellen van borghtocht mede (had) geconsenteert1)."

Ook na genomen rapport bleven Rotterdam en Leiden het afkeuren, dat de heffing der binnenlandsche convooien vervangen zou worden door opschrijving en borgstelling. Schiedam, dat eerst ook bezwaar gemaakt had, legde zich bij het besluit neer. De convooimeesters werden van de resolutie in kennis gesteld. De schepen, die voor de IJsel lagen, zouden niet weggenomen worden, ook al werd de convooiheffing voorloopig geschorst, voordat ook Amsterdam de opschrijving der binnenlandsche convooien zou hebben goedgekeurd2).

J) Res. St v. Holl. 1580, bL 222 en 223: 15 Oct —Over die vroegere toestemming: Res. St v. Holl. 1580, bl. 197: 13 Sept.: „ende in gevalle de Staten voorn, daer in [nl. in een uitstel van de convooiheffing tot op een besluit van die van de Nader Geünieerde Provinciën] niét souden consenteren, dat die van Amsterdam te vreden waren op cautie die selve Goederen op de Geünieerde Provinciën te laten volgen, om 't recht van de Convoyen daer af betaelt te worden, soo verre by die van Zeelandt daer in mede sal worden geconsenteert." Het was dwaas, dat de Staten zich nu op dat voorstel, waarvan zij in September niet hadden willen weten, beriepen. — Over de weigering van Amsterdam: Res. St v. Holl. 1580, bl.222: 14 Oct. Hiervoor, bl. 170, nóót 3.

2) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 227: 18 Oct. nam. — Waarschijnlijk had het College van de Nadere Unie het verzoek van Amsterdam om wegneming dier oorlogsschepen overgebracht. Res. Vr. No. 4, fol. 137 v°: 10 Oct. 1580.

Sluiten