Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Landraad, het tractaat met Anjou, e.d. moeten wij hier laten rusten 1).

In de convooiquestie stonden de Staten en Amsterdam nog altijd lijnrecht tegenover elkaar. De edelen en alle steden verklaarden 21 December, dat de binnenlandsche convooien wegens den grooten financieelen nood bij provisie gedurende zes maanden 2) over Holland geheven zouden worden „op een gracelijcken voet ende Lijst" op voorwaarde, dat in de andere provincies van gelijken geschieden zou. Zij ontveinsden zich niet, dat de heffing groote bezwaren mee zou brengen voor de „Koopmanschappen in Hollant", doch ze zagen geen kans óp' andere wijze in het tekort op de maandelijksche quote en in andere extraordinaris lasten te voorzien, daar het onmogelijk was in Holland „eenige vordere Contributien boven den tegenwoordigen Vijftighsten penningh te doen lichten". Wel zouden Delft en Gouda de voorkeur gegeven hebben aan eene verhooging van de lijst der buitenlandsche convooien, doch zij legden zich bij de opinie der meerderheid neer. Alleen Amsterdam berustte niet: zijn gedeputeerden verklaarden uitdrukkelijk in aansluiting aan het beslotene in de Vroedschapszitting van 28 November 1.1., „dat sy inde oplichtinge vande Convoyen gaende van d' eene Provincie op d' andere, geunieert zynde, niet kunnen consenteren, overmidts de groote swarigheden, die daer uyt souden moeten rysen, en dat alsulcken Convoy-Thol soude tenderen tot geheele ruine vanden Lande, omredenen die de Staten schriftelijck bij hen zyn voorgedragen3)."

scheren dat diezelve bij alle provinciën mach worden bewillicht ende aengenomen", en 2. : „opde oplichtinghe vanden penninghen die aireede binnen den lande van Hollandt vande zelve convoyen zyn gecommen, omme ten dienste vanden lande geemployeert te worden." Res. Vr. No. 4, foL 145: 28 Nov. 1580.

J) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 260: 6 Dec. nam.

2) De termijn werd 22 December verkort tot drie maanden.

h Res. Vr. No. 4, fol. 142 v° en 145 : 28 Nov. 1580 [de bladen 143—144 v° zijn later ingenaaid, maar meegenummerd]. — Res. St. v. Holl. 1580, bl. 275: 21 Dec. — Als zooveel andere stukken is ook deze schriftelijke uiteenzetting ons niet bewaard gebleven.

C 12

Sluiten