Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het Contract tot afstand van de Satisfactie werd over de convooien niet gerept. Het was ook onnoodig: art 14 had al lang alle beteekenis verloren. Het was in de practijk maar al te zeer gebleken, dat Amsterdam zich nooit gedrongen had gevoeld eene convooiheffing toe te laten wegens de in dat artikel uitgedrukte verplichting om ook nieuwe Jby ghemeene bewillinghe'' opgestelde convooien binnen de stad te laten ontvangen. Zoo eene heffing de stad uit handelsoogpunt ongewenscht voorkwam, had zij — we hebben het bij de binnenlandsche convooien maar al te zeer gezien — zich met hand en tand daartegen verzet. Terecht had de stedelijke regeering er altijd voor gewaakt, dat het hoofddoel van de heffing der buitenlandsche convooien, beveiliging der zee, door de nooden der Generaliteit niet uit het oog verlofen werd.

Ook na het Contract tot afstand van de Satisfactie heeft de stad haar houding niet gewijzigd: ze bleef heffing van binnenlandsche convooien weigeren') en keurde den afstand van de opbrengst der buitenlandsche convooien aan de Generaliteit slechts goed onder de oude beperkende bepalingen omtrent tijdsduur, e.d.2). -

1) Res. St. v. HolL 1582, bl. 400 en 401 i 22 Aug,

2) Res. Si v. Holl. 1583, bl. 55: 3 Maart O.a.: „sonder dat oock 't selve haer consent, achtervolgende de voorsz Resolutie, in 't minste noch meeste getrocken sal worden in eenige consequentie, sulcx dat het voorn, jaer geexpireert zynde, den voorsz opheve vande Convoyen. ende Licenten datelijck sal cesseren, ten ware dat die van Amsterdam, om des noodts wille, weder binnen den selven jaer daer in consenteerden," etc.

Sluiten