Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog meer moeieli jkheden heeft de heffing van den honderdsten penning veroorzaakt. Hoewel Amsterdam „over tconsent nyet (had) gestaen", waren de Staten voornemens de belasting ook in deze stad te doen innen. De Vroedschap wilde de „collectatie" niet toelaten, „dan eerst ende all vooren hebbende specificatie van tlandts achterwesen ende dat expressehek blycke dat die tot geen oude schulden en zullen worden gebruyet" *). 1 September besloot ze liever „tot conservatie vande Satisfactie metten Staeten in proces te treden" dan het publiceeren van een plakkaat op de inning van den honderdsten penning 2) toe te laten. Zij wilde het haar bij art. 16 van de Satisfactie geschonken voorrecht, dat de stad niet verplicht zou zijn tot eene contributie, „daer den gedeputeerden der zeiver nyet over gestaen ofte geroepen en zouden zyn geweest", ongerept bewaren3). De Vroedschap bleef bij haar weigering, ook toen in de eerste dagen van October een deurwaarder van het Hof in de stad gekomen was om het plakkaat te publiceeren. De zes- en- dertigen hadden toen een nieuw argument tot rechtvaardiging van hun gedrag gevonden: zij spraken de vrees uit, dat er „enige

lichten." T. a. pl., bl. 54': 19 Maart: „Alsoo de Staten van Hollandt verstaen hebben uyt het schryvens vanden Ontfanger Reynier van Neck, dat die van Amsterdam uyt d' inkomsten der gemene Middelen binnen de selve Stede hadden doen lichten over de somme van 4000 ponden van XL grooten, in minderingh van 12000 gelijcke ponden ..."

!) Res. Vr. No. 4, fol. 13 v°: 13 Aug. 1578. — Res. St. v. Holl. 1578, bl. 1: 21 Augustus. ■

2) Het plakkaat was vastgesteld 21 Augustus nam. Res. St. v. Holl. 1578, bl. 2.

3> Res. Vr. No. 4, fol. 16 v° en 17: 1 September 1578. De Burgemeesters vroegen, of zij de publicatie zouden toestaan of weigeren, „gemerct dat den voorigen Regenten noch oick mijn heren tegenwoordich over die resolutie byden Staten genomen vanden hondertsten pennynck te collecteren nyet geroupen en zyn geweest ende alsulcx toestaende de collectatie vanden hondertsten penningh tzelffde zoude strecken contrarye den inhouden vande Satisfactie ende die vryheyt ons daer inne gegunt van dat deser stede in ghene contributie gehouden zoude zyn, daer den gedeputeerden der zeiver nyet overgestaen ofte geroepen en zouden zyn geweest. Ende dat alsulcx deser stede inde acte van consent byden Staeten gedaen omme den voorsz hondertsten penningh omme te slaen nyet bekent en es".

Sluiten