Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Treslong, Willem Cock en Jan van Banchen (of Bancken), dat de Burgemeesters de collectatie van den honderdsten penning moesten toestaan „onder zeecker conditiën ende limitatien inde zelffde consultatie verhaelt" 1). Dat alles deed de Vroedschap 2 November besluiten, dat de Burgemeesters „int voorsz. collecteren vanden-hondertsten penningh zullen consenteren volgende die acte van consent, hyer naer van woorde tot woorde geinsereert, Welcke acte den Staten voor > duplycq overgelevert zal worden." Publicatie van het plakkaat zou niet toegelaten worden, voordat de inhoud der acte ten volle uitgevoerd zou zijn, met andere woorden, voordat aan de Amstêrdamsche gedeputeerden eene uitvoerige schriftelijke specificatie van de oude en nieuwe schulden zou zijn overgeleverd „met exhibitie 'ende communicatie van rekenyngen ende staten der ontfangers van alle gemeene middelen ende incompsten egeen vuytgesondert." In de acte van consent werd er op gewezen, dat de honderdste penning niet gebruikt zou mogen worden tot betaling van oude schulden, „waer toe die resolutie vanden 22en February hem duydelicken in deele schynt te strecken," doch slechts tot betaling van nieuwe en algemeene lasten; deze laatste beperking werd hier op den voorgrond gesteld, „deurdyen enighe groote sommen vuyt die gepre tendeer den hondertsten penningh ende andere gemeene middelen, zoo tot dyckaige als, andere perticulyere lasten, tegens het effect van haerluyder Satisfactie2) in desen zyn getogen" 3).

Het besluit werd schriftelijk aan de Staten overgeleverd en maakte op deze zooveel indruk, dat ze afschriften ervan in-' sloten bij hunne missive dato 4 November aan de verschillende steden. Gouda machtigde zijn gecommitteerden ten beste

*) Hun advies werd ingewonnen door den pensionaris Mr. Ruysch Qaesz. en Gerrit Jansz. Delft. Rap. v. thes. 1578 na de Alteratie, fol. 114 v°. Res. Vr. No. 4, fol. 27.

-1) Nml. tegen de beginwoorden van art. 16.

3) Res. Vr. No. 4, fol. 27—28 v«: 2 Nov. 1578.

Sluiten