Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in deze questie te handelen *); Rotterdam wilde „die selve van Amsterdamme bij alle goede middelen... induceren ten eijnde sij van hen voorgenomen ongelijk willen desisteren, ende consequentelijck omme met die andere steden van Holland in alle contributien verstaan." Ingeval van mislukking zou de questie onderworpen moeten worden aan het oordeel van het Hof van Holland „om bij hen deselve sommierlijk ende particuherhjk te werden gedecideert" 2).

De Staten volgden den door Rotterdam voorgeslagen weg: nadat vriendschappelijke pogingen vruchteloos gebleven waren3), trachtten de Staten, die er nooit toe gekomen schijnen te zijn .om de door Amsterdam gestelde voorwaarden te vervullen, de stedelijke regeering door bedreiging tot toegeven te bewegen4). Amsterdam zou binnen acht dagen de taxatie en inning van den honderdsten penning moeten toelaten of zijn zaak binnen dien termijn, evenals de Staten, voor de „Justitie ende judiciatuyre vanden Provincialen Rade van Hollandt" (d.i. het Hof van Holland) moeten brengen; anders zouden de Staten tegen Amsterdam moeten optreden als tegen de steden, „die de resolutien staetsgewijs genomen, wederspannigh zyn t' achtervolgen" 5).

*) Gemeente-archief van Gouda: Ingekomen stukken 1578—1580: in eene missive van de Burgemeesters, etc. van Gouda aan hunne gecommitteerden dato 9 November 1578 wordt meegedeeld, dat ze eene missive van de Staten dato 4 November ontvangen hadden „nopende de swaricheden by die van Amsterdam gemoveert int consenteren vanden Cen penningh binnen haerluijder stede, breder geroert in heurluyder schriftelijck antwoordt, ons beneffens de voirsz. missive overgesonden."

2) Gemeente-archief van Rotterdam: Resolutien van de Vroedschap, No. 3, bl. 516: 8 Nov. 1578.

3) Res. St. v. Holl. 1578, bl. 52 : 29 Dec. nam.: deze resolutie zal wel op het geschil over den honderdsten penning betrekking hebben. Dito 1579, bl. 6: 24 Jan. nam.

4) De verhouding tusschen de Staten en Amsterdam was in het voorjaar van 1579 gespannen door het beweerde inhouden der gemeene middelen voor de restitutie der f 12.000. Hiervoor, bl. 187 en noot 5.

5) Res. St. v. Holl. 1579, bl. 14: 10 Febr. nam. — Res. Vr. No. 4, fol. 44 en v°: 16 Febr. — Missiven aan Burgemeesters en Regeerders van Amsterdam.

Sluiten