Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de Amstêrdamsche regeering niet dadelijk toegaf, maar kalm afwachtte, „tgundt deser stede en den burgeren van dyen deur die voorsz. resistentie zall mogen opcommen" 1), hernieuwden de Staten hun aandrang; de dag van comparitie voor het Hof werd op 18 Maart 1579 vastgesteld2). Ditmaal besloot de Vroedschap tot comparitie, doch „sonder dat ten principale yet geseyt zall worden, maer dat ter contrarye zall worden geexcipieert tot renvoy aen Zynder Ee volgende tvyerde articule vande Unie ende dat oick die overstemmynge geen plaetse en heeft" 3).

Van de comparitie op 18 Maart 1579 schijnt niets gekomen te zijn; den 19en stelden de Staten een nieuwen datum vast4). Om aan hunne sommatie tot het zenden van gedeputeerden voor het Hof kracht bij te zetten, benoemden zij gecommitteerden om bij non-comparitie in het Noorderkwartier en in Gouda „de Personen en Goederen van die van Amsterdam" aan te houden en „oock te procederen tot verkoopingh der selve Goederen met kennisse vande Staten, voor soo veel als den Hondertsten penningh binnen Amsterdam soude bedragen mogen" 8).

In eene heftige missive deelden de Burgemeesters op last van de Vroedschap aan de Staten mee, dat zij bereid waren de questie van den honderdsten penning langs gerechtelijken

Missiven van de Staten van Holland, 1572—1680. Arch. Burg. 11. Een brief van 11 Februari 1579 = de resolutie dato 10 Februari nam.

1) Res. Vr. No. 4, fol. 44 en v": 16 Februari 1579.

2) Res. St. v. VolL 1579, bl. 46 en 47: 10 Maart

*) Res. Vr. No. 4, fol. 49 en v°: 14 Maart. — De tweede helft van art. 4 van de Unie tusschen Holland en Zeeland luidt: „Ende indien eenige questien of geschillen tusschen de voorsz. Landen, of den Lichamen vanden Steden in desen Verbonde begrepen, binnen ende staende dese beroerte, opgeresen mogen zijn, ofte naér datum van desen noch souden mogen rysen, sullen de selve staen ende ghestelt wesen tot kennisse ende beslichtinge van Syne PrinceL Excell., naer wiens verklaringe een yegelyck van partyen hem sal hebben te voegen, alles by provisie, ende sonder prejuditie als boven, van yemandts gerechtigheyt, Privilegie ofte Costume."

4) Res. St. v. Holl. 1579, bl. 542 en S52: 19 Maart

5) Res. St v. Holl. 1579, bl. 58 : 20 Maart.

Sluiten