Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg te doen uitmaken, indien de Staten van hunne kant „allen den questien zoe vanden Renten verschoten penninghen als anders gheenen vuytgesondert" aan de justitie wilden onderwerpen. De Staten, daartoe niet genegen, zagen van eene gerechtelijke behandeling der questie af; ze wenschten opnieuw het geschil „mit alle gevuechelicheyt" te doen uitmaken 1).

In het eerste hoofdstuk hebben wij gezien, hoe in het laatst van Mei 1579 onderhandelingen gevoerd zijn tusschen Staatsche en Amstêrdamsche gecommitteerden voor Nicolai2), en hoe zelfs na de hervatting der besprekingen in Augustus

!) Missiven aan Burgemeesters en Regeerders van Amsterdam. Missiven van de Staten van Holland 1572—1680. Arch. Burg. 11. Een schrijven van de Staten, dato 4 April 1579. Daarin wordt melding gemaakt van een brief der Amstêrdamsche regeering dato 30 Maart, als „beroerende die contributie vanden Cen- penningh". Dat de Staten niet tevreden waren,over het besluit der stedelijke regeering en zich gekrenkt voelden over den scherpen toon van haar schrijven, blijkt uit de volgende passage; „'Voorts dat uwer E. daer inne mitten alder eersten willen helpen voorsien dat het different gevallen qpde collectatie vanden Cn- penningh binnen der stede aldaer, geheven inden jaere LXXVIII binnen alle andere steden mit alle gevuechelicheyt afgedaen ende ter neder geleyt mach worden, onvermindert die. resolutie diesaengaende genomen, omme alle eenicheyt liefde ende vrundtschap te mogen vermeeren ende onderhouden, twelck wy voor al nodich bevinden ende oeck egheene zake meer geacht nochte altoos voor ooghen gehadt hebben, tegens tinhouden van uwer E. laest voorgaende zeer heftich vermaen ende scryvens [d.w.z. van den brief dato 30 Maart], twelck wy vertrouwen meer vuyt eene goede yever ende zeele tot die gemeene zake dan vuyt eenige verbitterheyt zal zyn geprocedeert, ende oversulcx anderssints oeck nyet voor goet aengezyen nochte genomen soude mogen worden." — Ik cursiveer.

In den loop van April 1579 schijnen de Staten de verschillende steden gepolst te hebben over den tegenover Amsterdam te volgen weg. Waarschijnlijk naar aanleiding van eene memorie door haar gedeputeerden overgezonden, besloot de Rotterdamsche Vroedschap 20 April, „datmen jegens deselve van Amsterdam sal procederen bij wegen van justitie off bij arreste volgende voorgaende resolutie vande Staeten, sulcx als bij de meeste stemmen goedgevonden sal werden." De meerderheid der Staten schijnt echter tot vriendschappelijke onderhandelingen bereid geweest te zijn. Gemeente-archief van Rotterdam : i Resolutien van de Vroedschap No. 3, bl. 585 : 20 April 1579.

2) Hiervoor, bL 20, vl. 1

C. 13

Sluiten