Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen definitief resultaat bereikt werd x). Het geschil over den honderdsten penning van 1578 bleef tot aan het Accoord tot afstand van de Satisfactie onopgelost.

De moeilijkheden waren inmiddels vermeerderd, daar ook voor het jaar 1579 een honderdste penning noodig gebleken was. 11 Juni 1579 stond de Amstêrdamsche regeering de taxatie en collectatie van deze contributie toe, doch onder restrictie, dat de opbrengst niet zou worden weggevoerd vóór het accoord over de oude schulden gemaakt zou zijn of dat men een duidelijk bewijs zou hebben, dat het geld niet voor oude schulden zou worden gebruikt Daar de financieele nood, vooral door den val van Maastricht, zóó drong, dat niet gewacht kon worden op de nieuwe kohieren, die voor deze heffing gemaakt zouden worden, besloten de Staten voorloopig een halven honderdsten penning te heffen op den voet van dien van 1569. Ook daarin stemde Amsterdam onder hetzelfde voorbehoud'toe 3).'

Na ontvangen sommatie van de Staten vaardigde de Amstêrdamsche regeering 12 Augustus 1579 eene keur uit, waarbij zij iedereen beval het tweederde gedeelte van den honderdsten penning „volgende den voet daer den lesten hondersten penningh op betaelt es", d.w.z. volgens den voet van dien van 1569, op te brengen binnen den tijd van drie maal vieren-twintig uur 4).

x) Hiervoor, bl. 26.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 60 en v°: 11 Juni 1579.

8) Res. St. v. Holl. 1579, bl. 156 en 157: 9 Juli. — Res. Vr. No. 4, fol. 69 en v°: 18 Juli 1579.

*) Willekeuren G, fol. 198 v» en 199: 12 Aug. 1579. - De stad moest aan de Staten de halve opbrengst van 1569 leveren; dat de burgers daartoe het tweederde gedeelte van den toenmaligen honderdsten penning moesten opbrengen, is wel een sterk bewijs voor de achteruitgang van Amsterdam sedert 1569. Veel huizen waren verbrand of afgebroken. Sommige huurders of eigenaars waren waarschijnlijk niet in staat, de belasting te betalen. Vandaar dat de overigen niet de helft, maar het tweederde gedeelte van de som, die zij in 1569 hadden betaald, moesten opbrengen, opdat de verplichte opbrengst bijeen zou komen.

Sluiten