Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunne vergoeding echter uit de stadskas ontvangen1): zoo Evert Corsz. Schos, de stedelijke gecommitteerde, de roedrager, de trompetters, de omroeper en anderen2). i De nieuwe kohieren moesten nu nog over het heele gewest gereviseerd of geredresseerd worden, vóórdat zij als grondslag van eene collectatie konden dienen. Hoewel reeds in Maart 1580 door de Staten over deze revisie gesproken werd3), was zij maanden later in sommige steden en op het platteland nog niet geschied4). Evenmin in Amsterdam5), terwijl juist in die stad de burgers zeer ontevreden waren „van dat heur huysen... veel hooger als in anderen steden (waren) getaxeert"6). Vooral persqnen, die in hunne eigendommen woonden, waren ontevreden, omdat de taxateurs huns inziens een veel te hooge huurwaarde voor hunne perceelen hadden aangenomen, gebaseerd op de huur, die belendende huizen hadden opgebracht „int eerste van topgaen van deser stede" (d.w.z. dadelijk na de Satisfactie), toen „die huysen op heur dyerste waeren". De stadsregeering kon het niet verkroppen, dat de commissarissen in andere steden dè huizen „tot zeer cleynen pryse" hadden getaxeerd, bijv. huizen, die „in coope gegouden (hadden) vyff of ses duysent gulden" op f 15 huurwaarde '). Zij wenschte eene revisie, hetzij langs gerechtelijken weg8), hetzij door commissarissen van de Staten, welke laatsten de klachten der te hoog aangeslagenen zouden moeten aanhooren en niet zouden mogen uitscheiden, voordat alle

!) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 31: 9 Maart.

2) Rap. ▼. tnes. 1580, fol. 187 en v°, 127 V, 190 v°.

3) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 43: 25 Maart.

4) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 137: 8 Juli.

5) Res. St. v. Holl. 1580, bl. 158 en 159 : 29 Juli.

6) Res. Vr. No. 4, fol. 113 v°: 21 April 1580. •

*) Res. Vr. No. 4, fol. 117 en v°: 30 Mei 1580. — Met de koopprijs hadden de taxateurs geene rekening te houden; de taxatie was geschied „na de rechte waerde vande huyre (Res. St v. Holl. 1579, bl. 113: 23 Mei) of anders uitgedrukt, de honderdste penning moest betaald worden „van 't suyver vande huyr van alle onroerende Goederen binnen ende buyten de steden" (Res. St v. Holl. 1579, bl. 130: 16 Juni).

8) Res. Vr. No. 4, fol. 120—121: 16 Juli 1580.

Sluiten