Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den confiscatien ofte anderen ghedaen, ofte als noch te doen, by wien dattet zy" 1).

Aan dat artikel meende de stedelijke regeering het recht te kunnen ontleenen om, in overleg met de conventualen, te beschikken over alle kloostereigendommen, geene uitgezonderd. Hoewel velen 2) meenden, dat de artikelen der Satisfactie door de Alteratie hunne rechtsgeldigheid verloren hadden", zijn vele overeenkomsten krachtens art. 19 tot stand gebracht.

De Staten van Holland hadden de hand laten leggen op de goederen van de Oude Nonnen „ghelegen binnen den Lande van Voorn ende elders in Hollant" 3). Nadat een verzoek der Amstêrdamsche regeering om de goederen vrij te geven afgeslagen was — de Staten meenden te kunnen volstaan met het toekennen van alimentatie — wendde de stad zich met een request tot den Prins van Oranje. Zij wees erop, dat in de Pacificatie, „voor zo vele als de zelve ruert dalimentatie vande gheestelicke persoonen ende haeren goeden in Hollant ende Zeelant", alleen gesproken werd van steden, die ten tijde van de Pacificatie in de macht en onder het gouvernement van Zijne Excellentie geweest waren en uit welke de geestelijke personen geweken waren; het daarin bepaalde kon dus niet op Amsterdam worden toegepast. 9 September 1578 verklaarde de Prins —bij wien Baerdesen de Amstêrdamsche belangen bepleit had 4) — in eene apostüle,

i) Handvesten I, bl. 46; -) Bijv. Oldenbarnevelt.

8) Inventaris der Oude Nonnen (Gasthuisarcbief Q 6, b): „Lant in Zeelant, Abbenbroeck, Westvrijslant, int Zuijtlant bij den Briel, Oosterlant, Zuijlant, Vrylant. Van deese genoemde landen plaeghen wy off te ontfangen ende die leste ontfang ys gheweest Anno 1570. Die somme van deese landen, dat sy verhuyrt syn ys — 271 gulden." — Op een deel van deze goederen, waarvan reeds sedert het begin der troebelen door de nonnen geen inkomsten genoten werden, zullen de Staten van Holland krachtens het plakkaat van Februari 1573 de hand gelegd hebben.

4) Res. Vr. No. 4, fol. 14 en v°; 22 Aug. 1578. Rap. v. thes. 1578 na de Alt., fol. 113 v».

Sluiten