Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatst van 1583 ongeveer1). Toch schijnt de restitutie der geannoteerde goederen geschied te zijn, daar de Prins van Oranje reeds 6 December 1578 de overdracht der goederen van de Oude en Nieuwe Nonnen confirmeerde 2) en in die overdracht ook landen der Oude Nonnen op Voorne, in Zuid- en NoordHolland begrepen waren3).

De positie der kloosterlingen was in Amsterdam tijdens de Alteratie en ook nog gedurende eenige maanden daarna weinig benijdenswaardig. Waren reeds op 26 Mei én volgende dagen enkele kloosters ten prooi gevallen aan beeldenstorm en plundering4), maar was toen waarschijnlijk aan den moedwil der onroomsche menigte door de leiders der Alteratie spoedig

1) Archief Burgemeesters. Kerken en Kloosters; ScheltemA: Inventaris H. bL 86, onder Kloosters. Over dien „Staet": hierna, bL 251, vl.

2) Gasthuisarchief No. Q 6, f.

») Gasthuisarchief No. Q 6, e: Procuratie voor Dr. Claes Jante. Cat en Jacob Bas, door het Oude Nonnen Convent in zake de overdracht der kloostergoederen.

17 Juni 1578 beval het gerecht „allen burgers, soldaten, inwoonders ende voorts eenen yegelycken.wie tzelfde mach wesen, dat zy alsulcke clederen huysraet geweer ende voorts alles wes zyluyden vuyt kercken cloosters ende burgers huysen genomen hebben" op 26 Mei en volgende dagen, terug moesten brengen, hetzij aan de eigenaars, hetzij in de „concergerie" der stad. Willekeuren G, fol. 158. — In eene confessie dato 22 Augustus 1578 komt voor; „seyt hy die spreekt datter twee ghasten waren soe hy gevangen verstaen hadde, die ten Mtnrebroeders ende Sinte Calharinen hadden helpen ontstucken s/oen." Confessieboek, 1578—1586. fol. 12 v«. [eene andere uiting in dezelfde confessie is minder positief: „ ... dat het luyden waeren ... die tclooster van Sinte Catharynen wilden opschicken. dat hy tegens den selven geseyt heeft u Rick en sal nyet langhe dueren,... sonder oock te weten oftet die luyden waren ofte nyet." T. a. pl., fol. 12] — Ik cursiveer.

Onbekendheid met deze stukken kon Ter Gouw doen schrijven; er is evenwel goen moedwil gepleegd: „aan winkels oft wooningen raakte niemandt", en de kloosters bleven ook ongemoeid. TBR GOUW VU. bL 364. De zinsnede „aan winkels oft woningen raakte niemant" heeft hij aan Hooft ontleend; deze vermeldt evenwel de door Ter Gouw op bl. 361 ontkende plundering van het Minderbroedersklooster.

Sluiten