Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paal en perk gesteld 1), 2 September moesten de conventen het opnieuw ontgelden. De Burgemeesters moesten ditmaal het volksgeweld lijdelijk aanzien, daar zoowel schutters .als soldaten zich bij de beeldstormers aansloten. Het duurde tot den volgenden dag, tot het gezag weer gehandhaafd kon worden \

Van de zijde der stedelijke regeering werden de kloosterlingen in het eerst slechts weinig in hunne vrijheid belemmerd. In de conventen werd de Katholieke eeredienst nog uitgeoefend en door leeken bezocht3). In de kloosters mocht als van ouds begraven worden, mits slechts aangifte geschiedde bij de kerkmeesters van de betreffende zijde4).

Eerst in Maart 1579 werd de vrijheid der conventualen sterk aan banden gelegd door het aanstellen van voogden,

') Hooft zegt: „Als 't uitgeholt was, en aan den aavondt ging, bezetten d' Onroomschen de oorden van belang met wacht van de hunnen". Ned. Historiën, bl. 578. — De rapiamuspost over eene wacht op 26 Mei en 4 volgende dagen bij de goederen der Minderbroeders gesteld, komt Hooft's mededeeling bevestigen. Rap. v. thes. 1578 na de Alt., fol. 157. Deze wacht zal pas ingesteld zijn na den beeldenstorm in het klooster. — De vermelding dezer wacht dient— omgekeerd — aan Ter Gouw tot bewijs, dat de plundering niet kan hebben plaats gehad. Ter Gouw VU, bl. 361.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 19 en v<>: 3 Sept. 1578. 3 September werd afgekondigd, dat alle ongenoode gasten zich vóór 7 uur 's avonds uit de kerken en kloosters moesten verwijderen en het gestolen goed „binnen sdaechs sonneschyn" in de „Conchiergerye" moesten afgeven.

*) Vóór den beeldenstorm van 2 September geschiedde dat — blijkens de hiervoor besproken confessie — nog in het Cellezustersklooster. Nadat de eerste schrik bedaard - was, zal in vele — zoo niet in alle — kloosters de dienst hervat zijn. Pas 18 April 1580 ging de stedelijke regeering er — na herhaalde aansporingen van de zijde der Staten — toe over de uitoefening van den Roomschen godsdienst te verbieden. Willekeuren G, fol. 213 en v°.

In April 1589 besloot ze tot de publicatie van een dergelijk, door de Staten afgekondigd, plakkaat. Res. Vr. No. 6, fol. 197. Ondanks deze verbodsbepalingen werd in het najaar van 1589 in het Clarissenklooster nog in het geheim dagelijks de mis gecelebreerd. Res. Vr. No. 6, fol. 270—271:12 Nov. 1589.

De Katholieke eeredienst werd in de stad dus lang, eerst openlijk, later oogluikend, toegelaten.

4) Willekeuren G, fol. 162—163: 1 Augustus 1578.

C. 14

Sluiten