Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de Vroedschapszitting van 3 October 1578 werd niet alleen gesproken over de overname der kloosters van de Oude en Nieuwe Nonnen, ook over de conventen der Minderbroeders, der Cellebroeders en der Karthuizers werd toen beraadslaagd.

De Oude en de Nieuwe Nonnen waren toen bereid haar kloosters en goederen tegen eene behoorlijke alimentatie af te staan1). De Burgemeesters stelden aan de Vroedschap voor het klooster der Oude Nonnen te doen koopen door de regenten van het Onze-Lieve-Vrouwengasthuis, dat der Nieuwe Nonnen door die van het St. Pietersgasthuis, opdat de gasthuizen naar de bedoelde conventen zouden kunnen worden verplaatst2).

11 October werd het accoord aangegaan tusschen de Oude Nonnen en de regenten der beide gasthuizen3). De zusters verplichtten zich vóór 1 Mei 1579 het klooster te ontruimen en „van stonden an" afstand te doen van alle inkomsten van haar convent. De roerende goederen, als huisraad e.d. zouden zij met zich mee mogen nemen. De gasthuisregenten namen daartegenover de verplichting op zich haar jaarlijks „tot Lyffpensie" uit te keeren eene som van f2200 met ingang van 1 November 1578, alle schulden van het klooster op zich te

▼an haar klooster op te maken en ten stadhuize te brengen." Het is te betreuren, dat Klönne verzuimd heeft de bron te vermelden, waaruit hij dit, van elders niet bekende feit geput heeft. De mededeeling zal aan geloofwaardigheid winnen, indien we mogen aannemen, dat niet alleen de inventarissen van de Oude en Nieuwe Nonnen, maar ook die van Maria-Magdalena en van de Paulusbroeders reeds uit 1578 dagteekenen. Hierna, bl. 237, noot 2 en 238, noot 3.

*) Het inkomen der Nieuwe Nonnen bedroeg f 1000 'plus vele landrenten bij Hoorn, dat der Oude Nonnen f 1600. De alimentatie der eersten werd geschat op f1310. Res. Vr. No. 4, fol. 24 v° en 25: 3 Oct. 1578.

In het hier genoemde inkomen der Oude Nonnen was de opbrengst der goederen, waarvan sedert 1570 geen inkomsten getrokken waren en die waarschijnlijk gedeeltelijk door de Staten geannoteerd waren, niet begrepen. Cf. de inventaris der Oude Nonnen. Hiervoor bl. 206, noot 3.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 24 v« en 25: 3 Oct. 1578.

3) In afwijking van de vroedschapsresolutie treden de regenten der beide gasthuizen bij de overdrachten gecombineerd op.

Sluiten