Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gasthuys getimmert" 1). We zullen wel niet mistasten, als we vermoeden, dat al deze woningen telkens door twee of drie zusters samen bewoond werden2).

Van 25 October dagteekenen de lijfrentebrieven3), de procuratie door de Oude Nonnen aan haar voogden verleend 4), en de beide acten van overdracht6). De Burgemeesters beloofden, indien de gasthuismeesters in gebreke mochten blijven, de lijfrente zelf te voldoen en verbonden daarvoor alle roerende en onroerende bezittingen der stad6). Het Oude Nonnenklooster telde nog 29 bewoonsters, het Nieuwe Nonnenconvent 27, met inbegrip der twee jonge zustertjes '). Eene kleine lijfrente werd ook verleend aan Pieter Gerritsz. Block, „een knecht... oudt 47 Jaren" 8).

Op verzoek van Baerdesen ratificeerde de Prins van Oranje 6 December 1578 te Gent de overdracht der beide kloosters 9).

1) Onder deze huursters treffen we aan: de mater, de suppriorinne, de procuratrix.

2) Gasthuisarchief D 9, No. 132: Register van ontvangsten en uitgaven, rakende de administratie van het voormalige N, Nonnenconvent.

3) Gasthuisarchief K 9: 26 stukken. Bewaard zijn tien brieven voor Oude Nonnen, veertien voor Nieuwe Nonnen, één (in eenvoudiger vorm) voor een der twee zusters, die geen gelofte gedaan hadden, één voor Pieter Gerritsz. Block. — Uit de brieven blijkt, dat de procuratrix en de suppriorinne der Oude Nonnen meer kregen dan het vastgestelde maximum, nml. f 130 en f 120. Waarschijnlijk wegens hoogen leeftijd.

4) Gasthuisarchief Q 6, e. — De procuratie der Nieuwe Nonnen is niet bewaard.

5) Opmerking verdient het, dat in de acte van overdracht ook optreden de drie nonnen, die — blijkens den inventaris — sedert korter of langer tijd het klooster der Oude Nonnen verlaten hadden. Aan haar werden ook lijfrenten toegekend. Bewaard zijn de brieven voor Marytgen Fransdr. en Tryn Woutersdr.

6) Cf. de lijfrentebrieven.

7) Cf. de acten van overdracht.

8) Cf. de inventaris, der Oude Nonnen. — Daarin komt ook een koeknecht voor j zijn lijfrentebrief is niet bewaard. — Of aan de twee nonnen, afkomstig uit Gouda en Grootebroek, aan welke de Oude Nonnen gedurende den oorlog den kost gegeven hadden, alimentatie werd verleend, blijkt uit de ons bewaarde brieven niet. De Oude Nonnen hadden er in den inventaris dringend om verzocht.

9) Dr. P. Scheltema : Aemstel's Oudheid, deel VI, bl. 17, vl.: Het klooster

Sluiten