Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dijk, geplaatst werden, in het Klooster der oude Nonnen, wordende de Kerk van het zelve, ook tot een Zieken-vertrek bekwaam gemaakt" 1). Hoewel ook le Long de verplaatsing van het Vrouwengasthuis op .ongeveer 1582 stelt2), komt het mij zeer waarschijnhjk voor, dat reeds vóór Mei 1580 de zieke vrouwen naar het klooster der Nieuwe Nonnen zullen zijn overgebracht. Immers te beginnen met Mei 1580 werden steeds meerdere onderdeden van het Onze Lieve Vrouwengasthuis verhuurd; in Mei 1580 het huis, „dat eertyts dye bayert geweest is", het „slachhuys", het „waschhuys", het „warenhuys", het „pastoershuysgen", etc. In Mei 1581 volgden het „hoyhuys", het „pesthuys", het huisje, „dat eertyts dye kuecken geweest es" 3). Daarenboven schonk de stedelijke regeering in 1580 gebrande glazen, zoowel aan het „Nieuwe gasthuys thoe Nieuwe Nonnen", als aan dat „thoe Oude Nonnen" 4). De definitieve opheffing van het Onze Lieve Vrouwen-Gasthuis dagteekent echter van na Mei 1582 5).

In de Vroedschapszitting van 3 October 1578 werden de Burgemeesters gemachtigd om met het Minderbroedersklooster naar hun goeddunken te handelen6).

Nadat de meeste monniken 26 Mei uit de stad waren gezet, had de Vroedschap den 31en het besluit genomen de drie oude en impotente grauwe monniken, die achtergelaten waren,

1) wagenaar: Amsterdam, Stuk II (Deel III, Boek IV), fol. 243.

2) Is. le Long : Historische Beschrijving van de Reformatie der stadt Amsterdam, bl. 557, a en b: ... „en vervolgens de Vrouwen uyt die van St. Elisabeth en Maria omtrent den Jaare 1582. derwaarts overgebracht."

3) Het Inkomsten-boek No. 4, 1558—1582. (Archief van O. L. VrouwenKapel en Gasthuis: J 3, No. 4), fol. 228—237.

4) Rap. v. thes. 1580, fol. 118 v» en fol. 192 v<>.

s) Het Inkomsten-boek, etc, fol. 237 v°: Vanaf Mei 1582 werd een „winckel" in het Gasthuis verhuurd, „dat eertyts de Regenten cantoer plach te zyn," voor f 10 per jaar, op voorwaarde, dat de huurder „opricht hebben sal op alle goeden die indt voorsz. huys coemen ende uyt gehaelt worden ende dat alles op té teyckenen ende de vaeders dat aen te dienen." — Het gasthuis was toen blijkbaar nog gedeeltelijk in gebruik.

«) Res. Vr. No. 4, fol. 25: 3 Oct. 1578.

Sluiten