Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de namiddagpredikatie te twee uur1). Evenals in de overige kloosterkerken werd ook in het Grauwe Monnikenklooster voorloopig nog begraven2).

7 Januari 1579 werd besloten het klooster „gecomen sijnde van de gemeente" zoo spoedig mogelijk te verkoopen, te verhuren of te verpachten, en uit de opbrengst de predikanten te onderhouden3). Het klooster is, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk, onder den hamer gekomen vóór 14 Maart 1579, op welken dag Burgemeester Egbert Roelofsz. — blijkens eene rapiamuspost -r- „de stadt toe goet sconck" ruim f 21, doorhem aan plokpenningen gehaald op den avond, dat het Minderbroedersklooster „in tbecken was"4). Daar we over 1579 noch een uitgif teboek noch een register van kwijtscheldingen hebben, is niet na te gaan, over welke perceelen deze verkoop zich uitstrekte, evenmin, in hoeverre deze eerste poging succes gehad heeft. Er bleef in elk geval nog een groot deel van het klooster onverkocht over. De administratie daarover schijnt te zijn opgedragen aan de kerkmeesters der Oude en der Nieuwe Kerk5). Het is natuurlijk mogelijk, dat zij ook reeds begin 1579 als verkoopers opgetreden waren. Met advies van Burgemeesters6) brachten de kerkmeesters het klooster in exploitatie: eene straat werd er doorheen gerooid7), ver¬

minder licht tot beeldenstorm zou besluiten. Eene copie van dezen brief, die zich in het archief van Yperen bevond, werd mij door Dr. Japikse welwillend ter beschikking gesteld. — Eene slechte copie: S. G., Aanw 1826, no. 17, stuk 35.

1) Ter Gouw VII, bl. 398 en noot 4.

2) Hiervoor, bl. 209. Willekeuren G, fol. 162—163: 1 Aug. 1578.

3) Res. Vr. No. 4, fol. 36 v°: 7 Jan. 1579.

4) Rap. v. thes. 1579, fol. 94 v».

°) De kerkmeesters der Nieuwe Kerk betaalden de alimentatie der drie oude Minderbroeders. Cf. de hiervoor, op bl. 216, noot 1 besproken aanteekeningen. Dus ook hier weer: wie de vruchten van een klooster geniet, moet de lasten betalen.

6) Quytscheldingen 10 (of nieuw nummer 4), fol. 3 en v°: een verkoop bij advies van Burgemeesteren.

7) Rap. v. thes. 1582, fol. 95.

Sluiten