Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het huis „eertyts geweest hebbende de privaet ofte secreet vanden grauwe monicken" nog ten overstaan van de kerkmeesters had plaats gehadx). Waarschijnlijk zal dat met andere perceelen ook wel het geval geweest zijn.

Ook in 1586, 1587, 1588, 1594 en 1595 hadden nog verkoopingen plaats 2).

Ten slotte een enkel woord over de kloosterkerk. Deze werd in 1579 eenige malen door de makelaars als vergaderplaats gebruikt3). Wat er verder met de kerk tijdens het

bestaande in formulieren van scheepenen-kennissen, quytscheldingen, etc, 1737, bl. 22.

1) Rap. v. thes. 1583, fol. 194. Als verkoopers worden genoemd de kerkmeesters Gerrit Schaep, Claes Boelensz. en Capiteyn Vinck. De beide eersten waren kerkmeesters der Oude Kerk, Egbert Pietersz. Vinck kerkmeester der Nieuwe Kerk. Wagenaar : Amsterdam, Stuk II (Deel III, Boek II), fol. 107 en 117. — Het transport had plaats 17 Jan. 1583. Quytscheldingen 10, fol. 110. — Verdere bijzonderheden over dezen verkoop nog: Rap. v. thes. 1582, fol. 96; dito 1583, fol. 115 v°.

2) lste Register van verkogte Erven, Begonnen 1586 tot den Jaare 15%. Deze op den rug geschreven titel geeft den inhoud niet geheel juist weer. De vroegste erin vermelde veiling schijnt te hebben plaats gehad op 21 en 22 Dec 1584 (fol. 10, vl. Zie de noot op fol. 10). Op fol, 1 v°, vl. wordt eene veiling van 18 Jan. 1585 aangekondigd. De op fol. 6, vl. vermelde veiling zal gedeeltelijk hebben plaats gehad op 5 Januari 1585. Cf. Rap. v. thes. 1584, fol. 217. Voor de rest misschien ook op. 18 Jan. 1585.

De aangeslagen perceelen van het Minderbroedersklooster maken deel uit van veilingen, ingeschreven op fol. 15, vl. (27 Nov. 1586), fol. 23 v°, vl. (20 Jan. 1587), fol. 41, vl. (10 Jan. 1588), fol. 109, vl. (6 Jan. 1594), fol.'185 v°, vl. (17 Jan. 1595).

s) Bekend zijn vergaderingen op 11 April, 5 September en 8 October 1579. Cf. Ontvangst- en uitgaafboek 1578—1586 van het Makelaarsgilde; de rekening van Jan Mathijs Heinrickz: boeten wegens te laat ter vergadering komen. — Daar er waarschijnlijk wel meerdere vergaderingen gehouden zullen zijn — er zullen toch niet altijd boeten wegens te laat komen verschuldigd geweest zijn — zou ik, als in 1584 de Burgemeesters consenteeren, „dat de Maeckelaers deser Stede sullen mogen haer versamelinge maecken in 't kerckencantoor" der Oude Kerk (Dr. P. Scheltema : Aemstel's Oudheid, II, bl. 54: Eenige aanteekeningen betreffende de Oude Kerk), daarbij liever willen denken aan zulke vergaderingen der makelaars, dan — als Scheltema — aan een beurs-houden in de Oude Kerk op dagen van ongunstige weersgesteldheid door de kooplieden in het algemeen. Dr. P. Scheltema: Oud en Nieuw, uit de Vaderlandsche Geschiedenis en Letterkunde, bl. 36: Bijdrage tot de geschiedenis der Oude

Sluiten