Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 October en 5 December 1585 hadden weer gedeeltelijke overdrachten plaats 1).

In begin 1589 werd eene weinig succesvolle poging gedaan om de overige terreinen te verkoopen2); de poging werd in 1594 herhaald en ditmaal met goed gevolg. Onder het toen verkochte bevond zich ook de kerk3).

3 October 1578 was ook besloten, „dat myne Heeren Burgemeesteren met alder haest procureren ende benaerstigen sullen, dat 't Carthuysers convent ende incommen van dyen gebrocht worde aen 't voorsz. weeshuys... alsoe groote apparentie es, dat myne Heeren Burgemeesteren by belyeven van de monnicken vant Carthuysers convent tselve convent met den incommen van dyen sullen gecrygen tot behouff van de weeskinderen," mits de Weesvaders aan de monniken eene rijke alimentatie zouden willen geven. Daar de financieele toestand van het Weeshuis op dat oogenblik vrij wel hopeloos was — tegenover een jaarlijksch inkomen van f 1000 stonden jaarlijksche uitgaven van f7000 — besloot -de stad borg te blijven voor de te verstrekken alimentatie4).

Er waren onder de Karthuizers blijkbaar twee partijen: een zestal — dat zich misschien nog ophield in de ruines van het klooster6) was geneigd door de bemiddeling van het stadsbestuur de overeenkomst met het Weeshuis aan te gaan;

1) Quytscheldingen 11 (of nieuw nummer 5), fol. 146 en v«, 146 v»; fol. 192.

2) 1ste Register van verkogte Erven, fol. 47, vL — Twaalfde Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum, 1914: G. van arkel: De huizen hoek Nes en Wijde Lombardsteeg op het terrein van de kerk van het CellebroedersKlooster, bl. 204. Van Arkel deelt mee, dat bij deze veiling slechts één perceel verkocht werd. Ik heb deze perceelen niet in de kwijtscheldingen nagezocht.

») 1ste Register van verkogte Erven, fol. 121, vl.: eene veiling, waarin ook perceelen van het Cellebroedersklooster. Van arkel, t. h. pl.. bl. 204 en 205.

4) Res. Vr. No. 4, foL 24 en v«: 3 Oct. 1578.

5) Het klooster was 20 November 1572 door de Geuzen in brand gestoken: Ter Gouw VII, bl. 68 en 69. Misschien was het sedert weer gerestaureerd, althans Sonoy vestigde er in het laatst van 1577 zijn hoofdkwartier -.TerGouw VII, bl. 256. — Over de mogelijkheid dezer bewoning, hierna, bL 227, noot 3.

Sluiten