Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met advies en toestenuning van de stedelijke regeering waren zij nu met de Karthuizers „in vry accoort op een heerlijcke lijffpentie ... getreden". De Weesvaders deelden den Prins mee, dat niet alleen de prior en de procurator van de transactie niets hadden willen weten, doch dat zij ook zelf en door bemiddeling van de „quade patriotten tot Haerlem onthoudende" de goederen van het klooster buiten de jurisdictie van Amsterdam gelegen ontvingen, rentebrieven „tot vile prijsen" verkochten, „onbehoorlicke lanthuure" maakten „ende andersints onbehoorlick dilapide(erden)," ende opbrengst „meest buijtens lands" verteerden. Zij wezen er Zijne Excellentie op, dat de prior en de procurator dat alles deden tegen den wil Van de andere kloosterlingen, aan wie zij — ook na een daartoe gedaan verzoek — weigerden rekening en verantwoording af te leggen. Om nu aan dat alles voor de toekomst een einde te maken en het Weeshuis* buijten iemants lesie of interesse" te helpen, verzochten de regenten aan den Prins om confirmatie van het getroffen accoord en om machtiging om „aen allen officieren, ende wethouders, mitsgaders paghters, en anderen die den voorz. convente eenighsints schuldigh soude mogen sijn," te bevelen, „den voorz. prior, ende procurator noght iemant anders, dan den supplianten alleen, urjt craghte van de voor geallegeerde procuratie, eenige betalinge te doen, of eenige land-huure met iemand anders te maecken, op peene van nullité, ende andermael t' selve te moeten betalen." Zij verklaarden zich bereid aan den prior en den procurator ieder eene jaarlijksche lijfrente van f300 te geven en aan den Prins altijd een „behoorlicke inventaris van desselfs convents goederen te verthoonen, die op veere na soo groot niet en sijn, als bij eenige wel werd gewaent" 1).

1) Recueil, etc'., fol. 16 en 17. — De datum van het request is onbekend; het stuk zal waarschijnlijk aan den Prins ter hand gesteld zijn tijdens zijn bezoek aan Amsterdam. — De laatste opmerking werd waarschijnlijk toegevoegd om jaloezie van minder bevoorrechte godshuizen te voorkomen.

Sluiten