Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De instructie voor de voogden, 24 Maart gegeven1), behelste de volgende punten:

1. de voogden moeten een staat eischen van de onroerende en de roerende goederen der kloosters, bijv. van het zilver-, tin-, en koperwerk, van het linnen, e,d. en van „allen goederen tot den pauselycken dienst behoort hebbende"2). Bij verdenking van fraude moeten zij door de mater, de procuratrix, de senior qf de kosteres een zuiveringseed doen afleggen en alles wat „versteecken ofte vuytgebrocht" is, weer doen terugbrengen. Zij moeten verder nagaan, of de onlangs plaats gehad hebbende verhuring van huizen, landen, etc. behoorlijk geschied zal zijn.

2. De voogden moeten een staat maken van alle conventualen, met opgave van hun ouderdom; ze moeten daarenboven aanteekenen, „hoe lange yegelyck gepro-

•-1 fessyt ofte aengenomen es geweest." Op'den staat moeten even goed degenen vermeld'worden, djé het klooster hebben verlaten, maar nog in leven zijn, met vermelding van hunne tegenwoordige verblijfplaats, de reden en den tijd van hun vertrek. De voogden mogen niet toestaan, dat er nog iemand in een klooster zal aangenomen worden of dat onroerende goederen zullen

^•i- worden verkocht.

!) Archief Burgemeester*. Kerken en Kloosters: Eene copie naar de instructie gegeven aan Gerrit van Clooster, bij zijne aanstelling als voogd van het Paulusbroedersklooster. ISch. Inv. II, K. 6—2*]. — De instructie is afgedrukt en van zijn gezichtspunt uit verklaard en toegelicht door B. H. KlöNNE: Amstelodamensia. Het lot der kloosterlingen. (1578) Vervolg, bl. 19, vl. ;De Katholiek, deel CVS) Ten onrechte doet Klönne het bij de verklaring der verschillende artikelen voorkomen, alsof de instructie alleen betrekking had op de vrouwenkloosters, terwijl het hem (cf. bl. 26) bekend was, dat de eenige ons bewaarde instructie bestemd was voor den voogd van het Paulinianenklooster.

2) Uit het gebruik van den verleden tijd zou ik niet durven opmaken, dat er in de kloosters geene uitoefening van den Katholieken eeredienst meer plaats vond. Het tegendeel blijkt uit de keur, waarbij de Roomsche godsdienst verboden werd in 1580.

Sluiten