Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. De voogden moeten er ook op letten, dat in de kloosters „geen acces of te toeganck van alsulcke luyden

> en geschiede" en dat er geene vergaderingen bij dag of nacht van mannen of vrouwen gehouden zullen worden om alle verdenking van verraad en oproer — waartegen de Staten zeer ernstig waarschuwen — te voorkomen. Zij, die zich hieraan schuldig maken, en zij, die ervan weten, maar verzuimen binnen 24 uur aangifte te doen bij den magistraat of bij hun voogd, zullen gestraft worden met verbanning en zullen „van haer gerechticheyt tot de zelve conventen eeuwelyck versteecken" zijn.

7. De voogden moeten er zorg voor dragen, dat de kloostergebouwen behoorlijk gerepareerd worden, opdat de stad er niet door ontsierd zal worden.

8. De conventualen zullen volgens de afgekondigde keur slechts ten overstaan van hunne voogden „eenige van haeren roerende [1: onroerende] goederen mogen veralieneren, verkopen, verhuyren ofte anderssinsineenigerleyer wyse vervreembden;" daarenboven ook slechts met advies dier voogden „houdtwerck spycker vast in haeren conventen" mogen afbreken of „yet laeten verdelven."

9. De stedelijke regeering zal aan de voogden haar bijstand verleenen en de onwilligen tot gehoorzaamheid dwingen.

Van de toepassing dezer ordonnantie en instructie is mij slechts weinig bekend. Uit verschillende bronnen heb ik de volgende voogden leeren kennen:

% Gerrit van Clooster, als voogd van het Paulusbroedersklooster (1579)!),

hetgeen mij ook in zooverre onwaarschijnlijk voorkomt, daar pas in 1580 de uitoefening van den Katholieken eeredienst in Amsterdam verboden werd — is het nooit scherp toegepast. In 1583 vertoefde in het klooster van St. Marie nog de pater, die daar reeds 24 jaar „hem... eerlyck... gedragen' had. Cf. de „Staet", etc. l) Hiervoor, bl. 232, noot 1.

Sluiten