Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee te nemen, „uytgeseyt alle houtwerk als keuyen 1), bedsteden, tresoren, cantoren ende diergelyken." Ze beloofden aan de conventualen en aan haar pater alimentatie tot een bedrag van f 855, per kwartaal te betalen, en stonden aan de nonnen ter bewoning af „het sieckhuys metten reventer, de koeken met de poert tot een vryen uytganck, mitsgaders de kamerkens, streckende van den poerte zuytwaerts tot ant paters huys om deselve voors: plaetsen ende huysingen te maken ende onderhouden ten coste van den voors: Leproosmrs: tot vyf ofte meer bequame woningen die den conventualen twee ende twee t' samen sullen gehouden syn te bewoonen." Bij overlijden zouden de woningen aan de Leprozen terugvallen en de alimentatie ophouden. Twee dagen later werd voor schepenen de acte van transport gepasseerd Een confirmatiebrief van, den Prins van Oranje is ons niet bewaard gebleven 3). Den 17en beloofden de regenten van de Leprozen

i) Ws. = keuwe (= cuwe m kuip, vat, ton)? Cf. Mnd. Wdb.

*) Wagenaar: Amsterdam, Stuk II (Deel III, Boek IV), fol. 363 en 364 heeft als bijlagen het accoord en het transport afgedrukt. —i In de transportacte worden, behalve den pater, tien aanwezige en drie afwezige nonnen genoemd. De namen onder het accoord kloppen niet -geheel met die uit de acte van overdracht. De in den staat nog genoemde priorin Catrijn Cornelisse ontbreekt in beide acten; ze zal dus waarschijnlijk tusschen het opmaken van den inventaris (kort na de Alteratie?) en de overdracht van het klooster aan de Leprozen overleden zijn. — Dat de inventaris kort na de Alteratie zal zijn opgemaakt, laat zich afleiden uit de volgende aanteekening: „Memorie, men sal weeten dattet convent van Sinte Maria Magdalena tegenwoordich niet belast noch beswaert en is met eenighe sculden dan alleen met 2 pond groet van een jaer renten als hiervoor staet, het een pond verschenen A«. 1577. in September, ende het (ander) pond Anno 77 in December. — Ik cursiveer. P§p-''

De inventaris in de portef: Oude Kloosters der stad Amsterdam, etc.

s) Men kan zich afvragen, of bij elke overdracht de bekrachtiging van den Prins gevraagd werd. Uit art, 7 van het ontwerp van 14 Nov. 1581, waar we lezen: „ten eynde sy heure resterende goederen (die sy den godtshuyzen by believen en kennisse van Syne Excellentie als noch nyet en hebben getransporteert of gecedeert) die van Amsterdam tot behouff derselver stede als yry eygen opdragen ..." zou men hiertoe willen besluiten. In tegenovergestelde richting wijst echter eene zinsnede uiteen request der Paulusbroeders

Sluiten