Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog aan de nonnen haar „boven haar alimentatie... vry te houden van byten en waeken"1). De financieele toestand der Leprozen was zóó slecht, dat de stad aan de regenten in 1580 f 285 schonk om er de alimentatie mee te betalen %

Omstreeks denzelfden tijd kwam er bij Burgemeesteren een verzoek in van de Sint-Pauhisbroeders om afstand van hun klooster te mogen doen in ruil voor alimentatie. De financieele toestand van dat convent het veel te wenschen over: de monniken bezaten slechts weinig „innecomende renten" en de huizen, welke zij vroeger bezeten hadden, waren „al vercof t ende veralieneert... waer van zeer weynich innecomen es". Zij wisten geen raad om uit dat kleine inkomen hun kost, hunne kleederen en het kostbare onderhoud van het klooster te betalen. De supplianten verzochten daarom, dat de stedelijke regeering de overdracht van al hunne bezittingen aan het St. Jorishof zou goedkeuren. De gevraagde toestemming werd 17 Juli 1579 verleend3) en reeds 1 Augustus

„Versoucken daeromme, dat Uwer E: gelieve regardt te nemm.dat veele conventen tot behouff van gasthuysen ende andere godtshuysen zyn vercoft ende gealieneert, de welcke coopen eensdeels (d. w. z. voor een deel) bij Zyne Excellentie zijn geapprobeert". etc. — De cursiveer. ■

1) Port. Oude Kloosters, in omslag Klooster van St.-Marie.

2) Rap. v. thes. 1580, fol. 190.

3) Stukken betreffende den afstand van het klooster der Sint Paulusbroeders ten behoeve van het Sint Joris-hof, 1579. - Het request is af gedrukt door Dr. P. SCHELTEMA in Aemstel's lOudheid Hl, bl. 54, als noot 22. Ue laatste handteekening is: Jan [niet: Bart] Jansz. Koek. - Opmerking verdjent het, dat de pater onderteekende met: „Jan Claesz. eertijts pater geweest is. Verdiende het in den zomer van 1579 aanbeveling met het oog op het succes van een request zich als „voormalig" Katholiek priester aan te ^nen? Ook van dit klooster bezitten we een inventaris in de-Port. Oude Kloosters, in den omslag Klooster van St.-Paulus Broeders. Deze staat zal misschien ook uit 1578 dagteekenen: er komen althans nog inkomsten uit hoofde van het bezit van huizen in voor. terwijl in het request verteld wordt, dat alle huizen verkocht waren. De inkomsten bedroegen toen ruim f408. de,aark,ksche uitgaven ruim f 58 plu. het onderhoud van het gebouw, van den pater en van vijf aanwezige monniken. Vier monniken waren afwezig („ftcFratres Sunt Absentis"); ten onrechte heeft Scheltema van deze afwezigen „kostgangers" gemaakt [t. a. pl., bl. 51.]

Sluiten