Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam het accoord tusschen de monniken en de regenten van het St. Jorishof tot stand. De monniken werden bijgestaan door „heurluyder geordonneerde voocht" Gerrit van Clooster. De voorwaarden waren: de monniken zouden afstand doen van het klooster en zijne bezittingen, maar daartegénover zouden de regenten van het St. Jorishof aan alle conventualen, die op dat oogenblik in het klooster verblijf hielden, hun leven lang eene zekere som gelds betalen en hun daarenboven vrije woning, kost, bewassching en verpleging bij ziekte geven als aan de gewone proveniers van het St. Jorishof. De regenten namen ook op zich aan de afwezige monniken huisvesting, kost, etc. en eene door Burgemeesteren te bepalen lijfrente te geven, indien zij in Amsterdam terugkeerden Tusschen het accoord en de overdracht zijn eenige maanden verloopen; waarschijnlijk zal in dien tijd met de buiten Amsterdam vertoevende St. Paulusbroeders onderhandeld zijn. Tot overeenstemming is men met deze toen niet gekomen; in de transportacte, 10 October 1579 verleden, worden zij niet genoemd 2). Op een later tijdstip schijnt met twee der vier afwezigen een accoord getroffen te zijn: de acte van accoord is van hunne handteekeningen voorzien. Scheltema heeft aan het archief van het St. Joris-hof ontleend, dat de regenten 10 October aan den pater Jan Klaaszoon van Horssen nog eene jaarlijksche lijfrente toelegden van 36 Carolus-guldens, spruitende uit den koop en over de kusting van het klooster 3).

Volg ens eene aanteekening in de portefeuille „Oude Kloosters" en ook volgens mededeeling van Wagenaar is reeds in Augustus 1579 „St. Joris. hof en Cappel" in de Kalverstraat verlaten en is het proveniershuis overgebracht in het Paulinianenklooster 4): de naam St. Joris-hof ging sedert op dat convent over.

*) Het accoord in hetzelfde bundeltje „Stukken." De pater en vier monniken kregen elk f 24 lijfrente; een monnik — waarschijnlijk nog zeer jong — slechtst 12. De leeftijd van den laatste is toevallig op den staat niet ingevuld.

2) Het transport ook in de „Stukken."

*) AemStel's Oudheid III, bl. 51 en 52.

4) Port. Oude Kloosters, een stuk met aanteekeningen over het Gast-huys van St. Joris. — Wagenaar: Amsterdam,'Stuk II (Deel III, Boek IV), fol. 317,

Sluiten