Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stad schijnt deelen van het klooster aan stedelijke ambtenaren ter bewoning te hebben afgestaan en andere deelen te, hebben verhuurd *). Tot verkoop van perceelen van dit convent schijnt ze niet te hebben besloten: zoolang geene overeenkomst mét de nonnen gesloten was, kon daartoe niet worden overgegaan zonder in conflict te komen met het bepaalde in art. 19 der Satisfactie2).

Krachtens de resolutie der Staten van 21 Januari 15843) zal eene regeling met de nonnen getroffen zijn; er ontbreken ons daarover echter alle gegevens.

Uit de latere geschiedenis van het klooster wil ik hier nog slechts aanstippen, dat in 1586 besloten werd het Prinsenhof voortaan door niemand meer te laten bewonen, „dan dat den Pensionarys zyn woonplaetse zall behouden" 4); aan een schermmeester werd verlof gegeven in de kerk zijne schermschool te houden 5). Bij zijne bezoeken in 1586 en 1587 heeft Leycester op het Prinsenhof verblijf gehouden6).

>) Rap. v. thes. 1582, fol. 94: huur betaald voor het wonen gedurende drie maanden „int Patershuy», int Hoff van Synder Exe." — Rap. v. thes. 1584, fol. 116: vanaf 1 Mei werden verhuurd „de woninge daer Groeff [= de sergéantmajoor] inne gewoènt heeft mitte saele commuyn," etc.

2) Volgens de resolutie van 23 Mei 1577 kwam aan de stad de beschikking over alle kloostergebouwen toe. Ze maakte van dat recht nooit gebruik, om het in de praktijk voor haar nog voordeeliger art. 19 der Satisfactie staande tef kunnen houden. Krachtens dat artikel kon zij zich immers langs den weg van onderhandeling meester maken niet alleen van de gebouwen, maar van alle bezittingen der conventen, mits zij maar voor het onderhoud der kloosterlingen zorg droeg.

3) Hierna, bl. 251 en 252.. <4^i *) Res. Vr. No. 5, fol. 269 : 2 April 1586.

. 6) Res. Vr. No. 5, fol. 341: 16 Aug. 1586.

«) Rap. v. thes. 1586, fol. 237 v» en 238; dito 1588, fol. 284 vO. — Dr. P. Scheltema : De Graaf van Leicester, te Amsterdam, in de jaren 1586 en 1587, bl. 18 en 37. — Op bl. 18 vertelt Scheltema, dat het §t. Ceciliaklooster toen reeds den naam van Prinsenhof droeg, omdat het strekte tot verblijfplaats voor Prinsen en andere aanzienlijke personen, die Amsterdam voor korten tijd bezochten. Hiervoor, bl. 59, noot 6, meen ik te hebben aangetoond, dat de naam dagteekent van het verblijf van Prins Willem van Oranje in 1581

Sluiten