Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den „Staet" nog een oude en doove pastoor vermeld wordt. De Cellezusters woonden reeds in 1582 niet meer in haar convent, doch in een huisje „voor die Clarissen" 1). Van de 22 nonnen, die tot dat klooster behoorden 2), zullen toen waarschijnlijk velen buiten de stad vertoef d hebben. Huisden misschien de achtergebleven conventualen van St. Barbara samen in het paterhuis, het eenige deel van het klooster, dat niet aan Harman Rodenburgh de Jonge verhuurd was? En waren er in 1584 nog wel nonnen van St. Geertruida in de stad, daar de thesarieren toen een reeks huizen begonnen te verhuren gebouwd in de straat, dié door dat klooster gerooid was 3)?

10 December 1583 besloot de Amstêrdamsche regeering eenige stadshuizen, die veel reparatie behoefden, te verkoopen, en tevens „alzulcke partyen van huysen getimmert énde erfven vanden cloosteren", als aan Burgemeesteren, thesaurieren en eene commissie van vier vroedschapsleden goeddunken zou4). In veiling gebracht schijnen te zijn o.a. perceelen van het Cellebroedersklooster en van de conventen van St. Cecilia, St Geertruida en St. Barbara8).

In art. 9 van het Accoord tot afstand van de Satisfactie was bepaald, dat alle goederen der kloosterlingen — metuit-

1) Rap. v. thes. 1582, fol. 79 v°: het huisje was in Mei 1582 aan een particulier verhuurd voor f 20 'sjaars; toen in Nov. 1582 het eerste halfjaar huur verscheen, noteerden de thesauriers; „Alzoo die Cellesusteren tvoorsz. huyssgen nu ter tyt bewoenen Ergo hier Nyet."

2) Volgens den „Staet".

8) Rap. v. thes. 1584, fol, 114, vl. De straat = de Nieuwstraat. *) Res. Vr. No. 4, fol. 291 v» en 292: 10 Dec. 1583.

5) Het proces-verbaal- van deze verkooping komt in het Uitgifteboek niet voor. 9 en 10 Januari 1584 werden geveild „zeeckere huysen soe, van Ste Barbaren als Geertruyden convent."! Rap. v. thes. 1583, fol. 208. — In den loop van 1584 werden getransporteerd deelen van St. Cecilia, van St. Geertruida en van het Cellebroedersklooster. Quytscheldingen 10 (of nieuw nummer 4), fol. 228 en v», fol. 255—256, fol. 298 v°, 302 v» en 303.

Sluiten