Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1584 „tot voldoeninghe vant negende articule vanden contracte twelck met die van Amsterdam opden af standt van haerluyder Satisfactie is gemaeckt... dat die van Amsterdam voornoemt sullen moeghen aenveerden ende behouden de goederen vande conventen aldaer begrepen inde voorsz. staet die by die van Amsterdam voorn, den voorsz. Staten is overgelevert ende binnen den steden gecommuniceert, Mits dat die van Amsterdam voorsz. gehouden sullen syn daer vooren den conventualen behoorlick te doen onderhouden die inden selven staet mede syn begrepen" 1). De Staten stonden dus alle kloostergoederen aan Amsterdam af tegen de verplichting van alimentatie.

Dat de Amstêrdamsche regeering deze oplossing der questie, die geheel afweek van het in 1581 bepaalde, niet verwacht had, blijkt uit hetgeen in den „Staet" geschreven staat onder het hoofd „Clarissen": „Hebben oock Burgermeesteren ende Regeerders der voorsz. stadt naerstich ondersouck gedaen opten staedt vanden convente vant Clarissen clooster binnen der voorsz stadt sonder datse hebben connen ondervinden dat deselve conventualen eenich incomen hebben meer alst bewoonen vanden convente,2) welcke convent der voorsz stadt mede es toegeeygent neffens de andere conventen binnen der voorsz. stede, volgende tContract tusschen den Heeren

verschrijving in eene kantteekening: „dit opt ordinaris rapiamus (het laatste woord doorgehaald) rentebouck gestelt ergo hier geroyeert."

Het tweede exemplaar is met eene andere hand geschreven en schijnt eene slordige copie. De resolutie der Staten staat er niet achter, en de verbeteringen en kantteekeningen zijn ook niet overgenomen.

') De resolutie der Staten achter den „Staet" bijgeschreven; ook Res. St. v. Holl. 1584, bl. 57: 21 Jan', nam.

'-) Geheel juist is deze mededeeling waarschijnlijk niet. In het Lijfrenteboeck van 't oude Weeshuys No. 2 (A. B. W. 73) wordt op fol. 178 een rente van f6 vermeld, die sedert 5 Oct. 1579 jaarlijks betaald werd aan de Clarissen „spruytende wt een legaet van Griet Aris besproocken." De mogelijkheid bestaat echter, dat onder de Clarissen hier de nonnen van St. Clara in de Nes zouden moeten worden verstaan. Deze hebben echter dat legaat ook niet onder haar inkomsten vermeld.

Sluiten