Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tredingen onbespied te kunnen plegen. De stedelijke regeering, die reeds in Juli het oog gevestigd had op het Clarissenklooster als wellicht eene geschikte plaats voor een „huys tot castijement vande quaetdoenders" x), maakte nu met de schuldige nonnen korte metten. De sloten en grendels zouden onmiddellijk verwijderd worden; zoowel de Clarissen als de Cellezusters zouden het klooster met 1 Mei aanstaande moeten ontruimen, doch zouden er bij vernieuwde overtreding onmiddellijk uitgezet worden. Aan de nonnen, die „voor date vande Alteratie int Clarissen Convent zijn geweest ende anders geene", zou alimentatie worden uitgekeerd, waarbij acht geslagen zou worden „opde burgers kynderen" 2).

14 November 1589 werd dat besluit door den stadssecretaris aan de voor Burgemeesteren ontboden nonnen meegedeeld 3). Het is ook uitgevoerd: in een groot deel van het Clarissen-

!) Res. Vr. No. 6, fol. 226: 19 Juli 1589.

-) Op eene andere plaats in de resolutie wordt gezegd: „Es geresolveert datmen de Clarissen ende Cellezusters vuijt het convent te Meye eerstcomende zall stellen mits datmen de zelf f de in billicheyt zall alimenteren." Als de bedoeling van deze zinsnede is, dat ook aan de Cellezusters in 1589 vóór het eerst alimentatie zou worden verleend, dan zullen we wel niet mistasten, als' we aannemen, dat de kloosters der Clarissen en der Cellezusters de twee conventen waren, over welke Matthijs van Banchem geene administratie vóerde. Hiervoor, bl. 255.

Dat vermoeden wordt bevestigd, als we zien, dat in het midden van 1586 de thesaurieren nog rechtstreeks aan de procuratrix van het Cellezustersklooster rente betalen van eene door deze nonnen in de jaren 1584 en 1585 gestorte som. Rap. v. thes. 1586, fol. 240 v°. — Ik cursiveer.

Wegens hun slechten financieelen toestand zal de stad die kloosters zoo lang met rust gelaten hebben.

Dat aan de Cellezusters alimentatie verleend is, blijkt uit eene resolutie van den Oud-Raad dato 9 September 1620 (Resolutieboek van regeerende en oud-burgemeesteren, 1603—1649, foL 43), waarbij aan de meer dan honderdjarige Cellezuster Anne Jans (de voormalige procuratrix) een extra-gift van f 150 en alimentatie-verhooging geschonken werd. Cf. B. H. Klönne : Amstelodamensia. Het lot der kloosterlingen (1578). Vervolg, bl. 32 en noot 1. (De Katholiek, deel CVI).

3) Res. Vr. No. 6, fol. 270 en 271: 12 Nov. 1589.

Sluiten