Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land uit geldgebrek besloten alle achterstallige rente gehypothekeerd op het gemeene land van Holland niet meer in contant geld af te betalen, doch die te reduceeren. Daaronder schijnt men toen verstaan te hebben het uitgeven van los-en hjfrentebrieven door de Staten tot het bedrag dér achterstallige rente, hetwelk elke rentenier te vorderen had. De rente der nieuwe losrentebrieven zou geacht worden ingegaan te zijn op 1 Januari 1578, die der hjfrentebrieven op den dag, dat de naam van den rentetrekker aangeteekend zou zijn1).

Tot groote ergernis van de Amstêrdamsche regeering weigerden de Staten tot in den nazomer van 1578 de Amstêrdamsche renteniers, die allen veel achterstallige rente op het gemeene land te vorderen hadden, van de regeling te laten profiteeren2). De Staten meenden daartoe niet verphcht te zijn, krachtens eene door hen in 1573 genomen resolutie, volgens welke voor geconfisqueerd gehouden werden „alle Renten, Actiën, ende Crediten competerehde eenige, als doen houdende de wederparthye der selver Landen", dus ook die aan Amsterdammers toebehoorende. De betrokken gelden waren door hen „tot gemeene bescherminge van den Lande van Hollandt ge-employeert, ende tot onderhoudt van der Oorloge geconsumeert" 3).

\In een requést aan den Prins van Oranje beklaagde de Amstêrdamsche regeering zich erover, dat haar burgers ach-

1) Cf. Res. St. v. Holl. 1582, bl. 386 en 387: 18 Aug. — Daar eene dergelijke kapitalisatie der achterstallige rente aan vele minder gegoede renteniers wel niet erg gelegen gekomen zal zijn, besloten de Staten 12 September 1581 van die reductie uit te zonderen de „Renten van alle miserable Huysen ende Persoonen," verschenen sedert 1572, „maer daer van en alle naervolgende Jaren, by den Ontfanger betalinge gedaen (te) worden als na behoren, sonder voorgaende Ordonnantie van de Staten." Res. Stv.Holl. 1581, bl. 481:12 Sept.

2) De stad zelf schijnt geen achterstallige rente op het gemeene land te vorderen gehad te hebben. Er is althans nergens sprake van.

8) Cf. Res. St. v. Holl. 1581, bl. 503 en 504 : 22 Sept. nam. Res. St. v. Holl. 1582, bl. 43, vl.: de hiervoor (bl. 112, vl.) besproken resolutie van Enkhuizen.— Daar de resoluties der Staten over 1573 ontbreken, is mij over dat besluit niets naders bekend.

Sluiten