Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beslissing zou kunnen geven, maar slecht kon vereenigen. Ook de artikelen 13 en 14 konden haar niet bevredigen. Ziy wehschte te volharden bij het door de Staten in April 1.1. ingenomen standpunt, dat het aan Amsterdammers bij aankoop van domeinen niet veroorloof d zou zijn rente, verschenen vóór dato van de Pacificatie, in vermindering van de koopsom te brengen. Van art. 13 wilde zij niets weten, als in strijd met de Pacificatie en met de belangen van de landen en steden van Holland, „alsoo de opkomsten ende Renten m desen geroert, na voorgaende Resolutie van Sijne Excell. ende Staten van Hollandt, zyn verklaert voor geconfasqueert ende tot gemeene bescherminge van den Lande van Hollandt geemployeert, ende tot onderhoudt van der Oorlóge^consumeert'* De Vroedschap van Enkhuizen zinspeelde nier op de hiervoor besproken resolutie van de Staten van 1573, volgens welke voor geconfisqueerd gehouden waren „ahe Renten, Actiën, ende Crediten compterende eenige, als doen houdende de wederparthye der selver Landen." Aan de steden was toen bevolen alle inkomsten, bijv. accijnzen, waaruit vroeger die hu geconfisqueerde rente betaald werd, in de gemeenelandskas te storten ten behoeve van de oorlogvoering. Enkhuizen vreesde nu blijkbaar, dat de commissie uit het Hof van Holland de confiscatie zou kunnen herroepen en dat het gedwongen zou kunnen worden.de aan Amsterdammers verschuldigde rente als nog aan te zuiveren % Vandaar het protest der Enkhuizer regeering, dat zij eventueele schade zou verhalen op de middelen binnen haar stad en lurisdictie vallende. Zoolang de Staten aan de steden haar accijnzen met zouden hebben teruggegeven, zouden deze niet verphcht behooren te worden tot uitbetaling van renten, „alsoo de Renners in haere Renten van^ geender beter conditie en konnen wesen dan de Steden [in] hare Accysen."

Dat Amsterdam de confiscatie der vroeger verschenen rente niet erkende, had Enkhuizen reeds ondervonden. In beptem-

1) Die vrees is ongegrond gebleken; cf. de uitspraak der arDners, mera*.

bl. 282 en 283.

Sluiten