Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere domeinen iri West-Friesland. De Amstêrdamsche gedeputeerden hadden bezwaar tegen eenige bepalingen van deze instructie: ze achtten het in strijd met art. 14 van het Accoord, dat er verkoopprijzen waren vastgesteld voor de tienden, erfpachten e.d.1), daar in dat artikel bepaald was, dat de Staten de te verkoopen domeinen „den meestbiedende ten dage vande verkoopinge. (moesten) laten volgen." Ook hadden ze er bezwaar tegen, dat het aan de koopers alleen vrij zou staan met rentebrieven, door den Koning of anderen bezegeld, te betalen, indien deze brieven „bekent (zouden) zijn in de Reeckeningen van de Rentmeesters van de Domeynen" 2J. Daardoor ook werd art. 14 ten nadeele van Amsterdam uitgelegd, daar daarin vastgesteld was, dat de crediteuren, die zelf domeinen zouden koopen, aan de koopsom zouden mogen korten, zoowel het kapitaal als de achterstallige rente, zonder nadere omschrijving van de in betaling te geven rentebrieven.

De Amstêrdamsche regeering had art. 13 zelfs zóó uitgelegd, dat door den kooper van domeinen ook rentebrieven op de beden in betaling zouden moeten kunnen worden gegeven. Nu dat niet de bedoeling van de Staten bleek te zijn, besloot de stedehjke regeering van de Staten betaling van die brieven op de beden te vragen'„met gelde off met landen thienden ende anders vanden domeynen;" bij weigering dreigde ze met

!) Nml. in art. 2, luidende: „De Commissarissen sullen hen in het verkoopen vande voorschreve Vroonen ende Domeynen reguleren achtervolgende voorgaende last ende Instructie, ende sulcks alle devoir ende naerstigheydt doen, dat de selve ten hooghsten pryse verkocht mogen werden, te weten, de Thienden ende Erfpachten tegens den penningh vyf en twintigh, en de Erf-huyren ende Landen tegens den penningh twintigh, genomen nae het hooghste inkomen voor den Oorloge;" etc.

2) Cf. art. 7: „Op de verkoopinge ende betalinge van de voorsz. Domeynen, sullen egeene Koopers eenige haerluyder achterwesen, Brieven van schulden ofte Renten, by den Koningh ofte andere bezegelt, die niet bekent zyn in de Reeckeningen van de Rentmeesters van de Domeynen, in liquidatie ofte betalinge gebracht mogen werden."

Sluiten