Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

non-comparitie en eigenmachtige inning van het haar toekomende 1).

Het is, hoewel er nog veel over deze „twee restrictive clausulen inde instructie vande vercoopinge vande domeynen gestelt" gesproken werd, bij het dreigement gebleven, daar het aan Amsterdam onwenschelijk voorkwam om in een tijd, dat er in de Staten gesproken werd over het in handen stellen van de convooien aan Zijne Hoogheid, uit die vergadering weg te blijven2).

De heele questie was in December ook niet meer zoo actueel, daar de verkooping der domeinen, als niet voldoende voorbereid, door de Staten tot het voorjaar van 1583 was uitgesteld 3).

Dat uitstel was aan de Amstêrdamsche regeering, die van eene verkooping der domeinen betaling van een deel van het haar verschuldigde verwachtte, niet aangenaam. Tevergeefs drong zij bij. de Staten op nakoming van het Contract tot afstand van de Satisfactie, dus op betaling van achterstalhge renten en verkooping der domeinen aan. De kansen om haar verzoek ingewiUigd te krijgen, stegen echter, toen verschülende financieele ontwerpen aanhangig werden gemaakt. De stad besloot haar resoluties in deze questies genomen te verzwijgen, totdat de Staten eene schriftelijke belofte zouden gegeven hebben het contract na te zullen komen, en besloot verder geen geld op te brengen, voordat die belofte zou zijn nagekomen4). Reeds 25 Februari 1583 werd het verzoek van Amsterdam in de Staten behandeld: delverkooping der domeinen werd nu vastgesteld op half April aanstaande; Amsterdammers zouden bij aankoop van domeinen ook in betaling mogen geven kapitaal en achterstallige rente „staende op de voorsz

1) De instructie: Res. St. v. Holl. 1582, bl. 510—512. Het protest van de Amstêrdamsche gedeputeerden, t. a. pL, bl. 514:31 Oct. nam. - Res. Vr. No. 4, fol. 228 v° en 229: 25 Nov. 1582.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 231 en 8 Dec. 1582, etc. »} Res. St. v. Holl. 1582, bl. 560: 29 Nov.

4) Res. Vr. No. 4, fol. 241—242 v°: 22 Febr. 1583.

Sluiten