Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ordinaris Beede van Hollandt, verschenen zedert St. Jans Misse 76." Daar hierdoor echter — daar ook aan anderen het zelfde recht zou moeten worden toegekend — degenen, die hypotheek op de domeinen haddén in hun recht zouden worden benadeeld, achtten de Staten het beter, dat de Amsterdammers „de Hooftsomme vande voorn, renten" zouden stellen „tot laste van 't gemene Landt van Hollandt"; de nog te verschijnen rente zou dan betaald worden uit de middelen, bestemd tot betaling van des gemeene lands renten; van de sedert St. Johannes 1576 verschenen rente zou binnen drie of vier maanden een jaar betaald worden tegelijk met de rente van het jaar 1581, en zoo vervolgens 1). Op grond van dezen voorslag werd echter geene overeenstemming bereikt.

Eene definitieve regeling heeft nog maanden lang op zich laten wachten. Terwijl aan de eene zijde de Amstêrdamsche regeering er zich over ergerde, dat de voorgenomen domeinverkooping geen voortgang had, waren aan de' andere zijde de Staten er maar weinig mee ingenomen, dat de stad de uitspraak der arbiters van 1 Augustus 1582 „in reductie" betrokken had2). i

Het werd 3 Juni, voordat het aan de gecommitteerden der Staten, Mathenes, den advocaat, Oldenbarnevelt en Maelson gelukte met de Amstêrdamsche gedeputeerden, de toenmalige Burgemeesters Egbert Roelofsz en Reynier Cant en den secretaris Bartholomèus van der Wiere, tot overeenstemming te geraken. De inhoud van deze overeenkomst, die 6 Juni 1583 door de Vroedschap geapprobeerd en geconfirmeerd werd, is in het kort de volgende:

bij het verkoopen van domeinen zullen de Staten niet verplicht zijn rentebrieven op den tol van Geervliet en op de beden, aan de stad Amsterdam toebehoorende, af te lossen;

het kapitaal en de interest van de brieven op de beden

!) Res. St. v. Holl. 1583, bl. 44 en 45: 25 Febr. nam.

2) Cf. Res. St. v. Holl. 1583, bl. 116: 27 April; bl. 146: 10 Mei; bL 149: 11 Mei nam.; bl. 166: 21 Mei. — Res. Vr. No. 4, lol. 243—244: 19 Maart; fol. 260 en v°: 15 Mei; fol. 260 v° — 262: 27 Mei 1583.

Sluiten