Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door het Comité *); hij vermoedt, dat de Staatsche commissarissen er bij tegenwoordig zullen zijn geweest en het zilver uit die kerk 'hebben doen bergen in een vertrek, waarvan zij den sleutel behielden2). Zij hadden dit zilver althans 30 Mei 1578 in handen en wilden het uit de stad naar de munt in Dordrecht voeren „tot prouffijte van tgemene lant". Daartegen verzette de Amstêrdamsche regeering zich op grond, dat vele poorters e.a. recht hadden op jaarrenten uit de Oude Kerk 3). 29 Juli 1578 besloten de Staten dan ook, „dat omme seeckere respecten ende insichten, het silver binnen der Stad ende ten behoeve der kercke sou blyven, mits door de regeering van Amsterdam teerster gelegenheid daervan tgemeene landt contentement gedaen werd"4).

1) Het Comité was kort voor de Alteratie benoemd en bestond uit Mr. Willem Baerdesen en vier voorname burgers. Ter Gouw VU, bl. 350.

2) Ter Gouw VB, bL 3%; 401 en 402.

*) Res. Vr. No. 4, fol. 1 en v°: 30 Mei 1578.

*) Ter Gouw VB, bl. 402; Van Beeck Calkoen, t. a. pL, bl. 90. — Met veel van wat Van Beeck Calkoen naar aanleiding van deze questie heeft opgemerkt, kan ik mij niet vereenigen. De commissarissen van de Staten waren niet „te dezer zake [d.w.z. ter zake van het kerkzilver der Oude Kerk] binnen de stad gekomen om met de Vroedschap te onderhandelen" — zooals hij op bl. 90 vermeldt —, ze vertoefden reeds geruimen tijd in de stad voor het houden van toezicht op de uitvoering der Satisfactie en hadden een werkzaam aandeel aan de Alteratie genomen. — Een dergelijke, onjuiste voorstelling geeft ook B. H. KlöNNE, die in Amstelodamensia, Het lot der kloosterlingen. (1578), bl. 286. (De Katholiek, Deel CV) spreekt over „de commissarissen hier door de Heeren Staten aangesteld om voor de stipte naleving der resolutie, [nml. die over het kerkzilver in 1572 genomen] te waken."

De Amstêrdamsche Vroedschap verzette zich niet tegen het overzenden van het zilver naar Dordrecht, op grond, dat haar bij art. 19 der Satisfactie was toegestaan, in zake de bezoldiging van predikanten geheel zelfstandig en buiten inmenging der Staten te mogen blijven, zooals Van Beeck Calkoen op bl. 89 en 90 vertelt, doch op grond, dat vele poorters, e.a. recht op jaarrenten uit de Oude Kerk hadden. Dat Van Beeck Calkoen daarmee niet onbekend was, blijkt op bl. 90. — Nadat hij op bl. 90 de Staten-resolutie van 29 Juli 1578 heeft meegedeeld, vervolgt hij: „Het hoofdpunt van het verschil tusschen de Staten en de Stad, de questie van de bezoldiging der predikanten, werd eerst in het contract tot afhandeling van(de) satisfactie definitief geregeld, zooals zal blijken." Deze heele phrase heeft met het behandelde niets te

Sluiten