Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De slechte financieele toestand deed de Vroedschap 24 Augustus besluiten het zilver uit de Oude Kerk en de Heilige Stede te verkoopen en de opbrengst niet ten bate der kerk, maar ten bate der stad aan te wenden. Ze wilde nml daarmee — na betaling van de schulden, die op het zilver rustten — renten betalen, over welke de burgers de Burgemeesters gedurig met klachten lastig vielen1).

De geschiedenis van dezen zilververkoop is mij niet geheel duidelijk. Terwijl, toch de bedoeling was de opbrengst ten behoeve der stad aan te wenden, werd de last tot den verkoop 4 October 1578 door de Burgemeesters gegeven aan de kerkmeesters der Oude Kerk, aan wie het dus, na de bevrijding uit de handen der Staatsche Commissarissen, blijkbaar in bewaring gegeven was2). Onder dat zilver bevonden zich beroemde stukken: „die silveren Ciborie" en „Claesjen" (het St. Nicolaasbeeld)3); toch schijnen ook deze tegen hun gewicht aan zilver, en niet tegen hunne kunstwaarde verkocht te zijn. Van de ciborie heeft de Bont bewezen, dat het stuk niet versmolten is, maar naar Calcar is verkocht4). Wat het lot van „Claesjen" geweest is, schijnt nog niet bekend te zijn. Volgens resolutie van 3 October 1578 werd aan de kerkmeesters gelast het zilveren beeld van den Heiligen Sebastiaan aan de Handboogschutters terug te geven5).

maken : immers de stad wilde het zilver behouden ten behoeve der jaarrenten, de Staten het tot zich nemen — krachtens eene resolutie van 1572 (niet van 1574) — ten voordeele van het gemeene land. Van de predikanten was geen sprake, al wil Van' Beeck Calkoen het op bl. 89 zoo doen voorkomen.

1) Res. Vr. No. 4, fol. 16 v»: 24 Aug. 1578.

2) Is. le Long: Historische Beschrijving van de Reformatie der stadt Amsterdam, bl. 554 b-555 a.

8) Over die voorwerpen: Ter Gouw Vü, bl. 270.

*) Amsterdamsen Jaarboekje 1890, bl. 139, vl.: Bern. J. de Bont: Cornelis Jacobsz. Brouwer, genaamd Bam. Hij veronderstelt dat Brouwer uit Calcar last gaf dat drijfwerk in te koopen. Uit den rapiamus blijkt echter met anders, dan dat al het zilver en verguld zilver aan den wisselaar Franco» Bruijnssels verkocht is. Mogelijk is. dat Brouwer het stuk van den wisselaar heeft teruggekocht.

5) Res. Vr. No. 4, fol. 25: 3 Oct. 1578. — De vermelding van de terug-

Sluiten