Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opbrengst, groot f 3852—4—8, kwam niet in handen van kerkmeesters, maar werd — na aftrek van f 575 reparatiekosten der (Oude Kerk — door de thesaurieren in 1578 als ontvangst geboekt1). Toch werd het geld niet ten behoeve der stad uitgegeven: volgens ordonnantie van 18 Januari 1580 werd de zuivere opbrengst (dus f3277—4—8) door de thesaurieren aan de kerkmeesters der Oude Kerk uitbetaald 2).

gave van dat beeld heeft Van Beeck Calkoen (t.a.pl., bl. 92) verleid tot het schrijven van eene onjuiste alinea. „Reeds zagen wij, dat den Handboogschutters zekeren „Bastiaen", waarschijnlijk een zilveren beeld, moest ter hand gesteld worden. De gilden behielden dus hunne rechten op de zilveren kerksieraden, welke op hunne altaren gestaan hadden. Dit zilver schijnt toch later — de eigenlijke resolutie vond ik niet — verkocht te zijn en de opbrengst door de stad van de verschillende gilden op rente te zijn genomen. Dit blijkt uit de resolutie van 16 Augustus 1586: „Ten voorsz. daeghe hebben mijne Heeren de Burgermeesteren den 36 Raeden voorgehouden seeckere requeste hen gepresenteert bij den overluyden van Byerdragers gilde, inhoudende dat sy over seeckere jaeren tsilver heur gilden toebehoort hebbende, mede als andere gilden hebben gebracht opt stadhuys in handen van den tresoryers ende alsoe sy nyettegenstaende groote neersticheyt aen geen renten noch rentebrieven als andere gilden es gelevert en hebben konnen geraecken ende sy van geen andere conditie en syn als de voorsz. andere gilden, versoucken rentebrieven ende hen van heur verlopen renten te willen voldoen."

De resolutie van 1586 slaat echter op het zilver, dat het Bierdragersgild in Januari 1578 had moeten inleveren voor de noodmunt en waarvoor het geen renten gekocht had. (Ter Gouw VII, bl. 266) In Juni 1578 betaalden de thesaurieren aan de overlieden der bierdragers f 50 op rekening van „hair silver twelc die Regierders voor die Alteratie hunlieden hadden offghenomen", -om daarmee eenige van hunne crediteuren te betalen. Rap. v. thes. 1578 na de Alteratie, fol. 155 v°. Van gelijken in November 1579. Rap. v. thes. 1579, fol. 188 v°. De afbetaling van het restant plus acht jaar rente geschiedde in 1586. Rap. v. thes. 1586, fol. 241 v<>.

H Rap. v. thes. 1578 na de Alt., fol. 90 v<>.

2) Rap. v. thes. 1579,'fol 191. — De mededeeling van van Beeck calkoen (ta.pl., bl. 91), dat de thesaurieren de opbrengst weer aan de kerkmeesters afdroegen „na er 575 gulden van afgehouden te hebben ,.., en daarnevens de som, welke aan de kerkmeesters van Broek moest ter hand gesteld, voor den koop van een zilveren ciborie" is in het tweede lid onjuist. Er werd niets anders dan de f 575 reparatiekosten afgetrokken. Het nog verschuldigde restant van de koopsom der ciborie werd aan de kerkmeesters van Broek betaald uit eene som van f 300, die de thesaurieren „bij overwijsinge vande Regierders

Sluiten